De classificatie au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis wordt drie- tot viermaal zo vaak bij mannen als bij vrouwen toegekend — bij vrouwen gebeurt dit gemiddeld op latere leeftijd. Bij steekproeven van psychiatrische patiënten is de kans groter dat vrouwen een bijkomende verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis vertonen, wat erop lijkt te wijzen dat meisjes zonder verstandelijke beperking of taalachterstand niet opgemerkt worden, misschien omdat de sociale en communicatieve moeilijkheden zich bij hen subtieler uiten. In vergelijking met mannen met een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis communiceren vrouwen meer wederkerig en gebeurt het vaker dat zij hun interesses delen, verbaal en non-verbaal gedrag integreren en hun gedrag aan de situatie aanpassen, ondanks dat zij ongeveer evenveel moeilijkheden ervaren met het inzicht in sociale situaties als mannen. Doordat sommige vrouwen hun autistische bijzonderheden proberen te verbergen of maskeren (bijvoorbeeld door kleding, stem en manier van doen van sociaal succesvolle vrouwen over te nemen) kan dit bij sommigen het vaststellen van de classificatie bemoeilijken. Repetitieve gedragingen kunnen bij vrouwen gemiddeld minder duidelijk aanwezig zijn dan bij mannen, en speciale interesses hebben vaker een socialer karakter (betreffen bijvoorbeeld een zanger of acteur) of zijn meer normatief van aard (bijvoorbeeld de liefde voor paarden), terwijl deze interesses toch ongewoon sterk zijn. Ten opzichte van de algemene bevolking is de gendervariantie bij de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis verhoogd en hebben vrouwen in vergelijking met mannen een hogere variantie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.