Syndroom van Rett
Kent in de regressieve fase van deze neurologische aandoening (tussen de leeftijd van 1 en 4 jaar) stoornissen in de sociale interactie, en heeft daarnaast als kenmerk een afname van de schedelgroei, een verlies van handbewegingen en een zwakke coördinatie.
Schizofrenie
Schizofrenie met begin tijdens de kinderjaren ontwikkelt zich na een periode van normale, of vrijwel normale ontwikkeling. De vroege symptomen zijn onder andere sociale beperkingen en atypische interesses en denkbeelden, die onterecht voor de sociale tekortkomingen van de autismespectrumstoornis kunnen worden aangezien. Hallucinaties en wanen, die kenmerkend zijn voor schizofrenie, komen niet voor bij de autismespectrumstoornis.
Selectief mutisme
Heeft als kenmerk een normale vroege ontwikkeling en een adequaat sociaal-communicatief functioneren in bepaalde ‘veilige’ situaties en omgevingen (bijvoorbeeld thuis, bij de ouders).
Taalstoornis
Heeft als kenmerk de afwezigheid van kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie; ook is er geen sprake van beperkte interesses en activiteiten.
Sociale (pragmatische) communicatiestoornis
Heeft als kenmerk een beperking in de sociale communicatie en sociale interacties zonder de beperkte en repetitieve activiteiten of interesses die kenmerkend zijn voor de autismespectrumstoornis.
Verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis)
Heeft als kenmerk een algehele beperking van het verstandelijke functioneren; er bestaat geen discrepantie tussen het niveau van de sociaal-communicatieve vaardigheden en dat van de andere verstandelijke vaardigheden. De autismespectrumstoornis is een passende classificatie bij iemand met een verstandelijke beperking als de sociale communicatie en interactie significante beperkingen vertonen in vergelijking met het ontwikkelingsniveau van de non-verbale vaardigheden van de betrokkene.
Stereotiepe-bewegingsstoornis
Kent geen beperkingen in de sociale interactie en de taalontwikkeling. De stereotiepe-bewegingsstoornis wordt over het algemeen niet toegekend wanneer de stereotypie deel uitmaakt van de autismespectrumstoornis; wanneer de stereotypieën echter tot zelfbeschadiging leiden en een reden zijn voor behandeling, kunnen beide classificaties van toepassing zijn.