In de Verenigde Staten is de gemiddelde leeftijd bij het ziektebegin van OCS 19,5 jaar, en in 25% van de gevallen begint de aandoening rond de leeftijd van 14 jaar. Een begin na de 35-jarige leeftijd is ongewoon, maar komt wel voor. Mannen zijn eerder aangedaan dan vrouwen: bij ongeveer 25% van de mannelijke patiënten begint de aandoening voor zij 10 jaar zijn. Meestal is er een geleidelijke toename van symptomen, soms echter ook een acuut begin. Wanneer de obsessieve-compulsieve stoornis onbehandeld blijft, kent deze een chronisch, vaak wisselend beloop. Bij sommigen is het beloop episodisch, en bij een minderheid gaat de betrokkene tijdens het beloop achteruit. Zonder behandeling raakt slechts 20% van de volwassenen in remissie (bij een heronderzoek na veertig jaar). Wanneer OCS in de kindertijd of adolescentie begint, kan de aandoening levenslang aanwezig blijven. Daarentegen is 40% van de OCS-patiënten bij wie de ziekte in de kindertijd of adolescentie is begonnen, bij het bereiken van de jongvolwassenheid klachtenvrij. Het beloop van OCS wordt vaak gecompliceerd doordat zich gelijktijdig andere stoornissen voordoen (zie de subparagraaf ‘Comorbiditeit’ bij deze stoornis).
Bij kinderen zijn dwanghandelingen gemakkelijker vast te stellen dan obsessies, omdat dwanghandelingen gewoonlijk observeerbaar zijn. De meeste kinderen hebben echter zowel obsessies als compulsies (net als de meeste volwassenen). Het symptoompatroon kan zich bij volwassenen na verloop van tijd stabiliseren, bij kinderen is dit variabel. Bij een vergelijking tussen steekproeven van kinderen en adolescenten versus steekproeven van volwassenen zijn enkele verschillen gerapporteerd in de inhoud van de obsessies en compulsies. Deze verschillen passen inhoudelijk waarschijnlijk bij de verschillende ontwikkelingsfasen (zoals meer seksuele of religieuze obsessies bij adolescenten dan bij kinderen; en hogere aantallen obsessies over onheil (bijvoorbeeld angst voor rampzalige gebeurtenissen zoals zelf ziek worden of doodgaan, of de ziekte of het overlijden van dierbaren) bij kinderen en adolescenten dan bij volwassenen).