Obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening
Heeft als vereiste de aanwezigheid van een etiologische somatische aandoening. De classificatie OCS wordt niet toegekend als de obsessies en compulsies volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening.
Obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie
Is het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel of medicatie. De classificatie OCS wordt niet toegekend als de obsessies en compulsies volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een middel (of medicatie).
Verzamelstoornis
Heeft als kenmerk een persisterende moeite met het wegdoen of afstand doen van bezittingen met als gevolg het ontstaan van een enorme verzameling van spullen. Als er echter sprake is van bepaalde obsessies (bijvoorbeeld iemand die zich zorgen maakt dat zaken onvolledig zijn of dat iemand zich pijn zal doen) met daarmee gepaard gaande verzamelcompulsies (bijvoorbeeld het verwerven van alle voorwerpen van een groep om een gevoel van volledigheid te krijgen) moet de classificatie OCS worden toegekend.
Morfodysfore stoornis of eetstoornis
Heeft als kenmerk steeds terugkerende gedachten die uitsluitend gaan over een preoccupatie met het uiterlijk of het lichaamsgewicht.
Specifieke fobie
Heeft als kenmerk vrees en vermijding die gekoppeld zijn aan specifieke duidelijk omschreven objecten of situaties. Bij OCS hangen de vrees voor en vermijding van een specifiek voorwerp of specifieke situatie samen met het vermijden van triggers van een obsessie of compulsie (bijvoorbeeld: het vermijden van vuil door iemand met smetvrees).
Sociale-angststoornis (sociale fobie)
Heeft als kenmerk angst en vermijding gekoppeld aan sociale situaties, en herhaaldelijk geruststelling zoeken, gericht op het verminderen van de sociale angst.
Trichotillomanie (haaruittrekstoornis) of excoriatiestoornis
Heeft als kenmerk steeds terugkerende gedachten en handelingen die zich beperken tot het uittrekken van haar of het plukken aan de huid.
Ziekteangststoornis
Heeft als kenmerk steeds terugkerende gedachten over uitsluitend het idee dat de betrokkene een ernstige ziekte heeft.
Depressieve episode
Heeft als mogelijk kenmerk rumineren over zaken die meestal stemmingscongruent zijn en niet per se als intrusief hoeven worden ervaren of de betrokkene van streek maken. Depressief rumineren is bovendien niet gekoppeld aan compulsies, zoals kenmerkend is voor OCS.
Gegeneraliseerde-angststoornis
Heeft als kenmerk terugkerende gedachten (d.w.z. zorgen) over reële gebeurtenissen en waarbij die gedachten niet gepaard gaan met compulsies.
Waanstoornis
Heeft als kenmerk terugkerende gedachten waaraan wordt vastgehouden als bij een waan.
Schizofrenie
Heeft als kenmerk ruminerende waangedachten en stereotiepe gedragingen in combinatie met andere kenmerkende symptomen van schizofrenie (bijvoorbeeld hallucinaties, gedesorganiseerd spreken, negatieve symptomen).
Ticstoornissen
Heeft als kenmerk plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische motorische bewegingen of vocalisaties (bijvoorbeeld oogknipperen, keel schrapen) die minder complex zijn dan compulsies en niet het neutraliseren van obsessies tot doel hebben.
Stereotiepe-bewegingsstoornis
Heeft als kenmerk repetitieve, ogenschijnlijk drangmatige, niet-functionele motorische gedragingen (bijvoorbeeld hoofdbonken, schommelen met het lichaam, zichzelf bijten) die minder complex zijn dan compulsies en niet het neutraliseren van obsessies tot doel hebben.
Drangmatige (‘compulsieve’) gedragingen bij andere psychische stoornissen
Treden op bij stoornissen zoals de gokstoornis, parafiele stoornissen, stoornissen in het gebruik van een middel, en hebben als kenmerk dat de betrokkene plezier beleeft aan de activiteit en hier alleen weerstand tegen wil bieden vanwege de ongunstige gevolgen ervan. De obsessies en compulsies bij OCS zijn daarentegen een bron van intense angst en worden niet als plezierig ervaren.
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis
Kent een stabiel en pervasief maladaptief patroon van excessief perfectionisme en rigide controle, en wordt niet gekenmerkt door de aanwezigheid van obsessies en compulsies.
Niet-pathologische vormen van bijgeloof en repetitief gedrag
Zijn niet tijdrovend en leiden niet tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk.