Temperament Mogelijke tem­pe­ra­ments­fac­to­ren die een negatieve prognose voorspellen zijn: meer in­ter­na­li­se­ren­de symptomen, een hogere negatieve emotionaliteit en ge­drags­in­hi­bi­tie tijdens de kindertijd.

Omgeving Verschillende om­ge­vings­fac­to­ren vergroten mogelijk de kans op OCS. Dit zijn ongunstige perinatale gebeurtenissen, vroeggeboorte, tabaksgebruik door de moeder tijdens de zwangerschap, lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik tijdens de kindertijd, en andere stressvolle of traumatiserende gebeurtenissen. Sommige kinderen kunnen plotseling optredende obsessieve-compulsieve symptomen ontwikkelen die samengaan met andere om­ge­vings­fac­to­ren, waaronder diverse infecties en een postinfectieus auto-immuunsyndroom.

Genetica en fysiologie Het percentage OCS is bij eer­ste­graads­fa­mi­lie­le­den van volwassenen met OCS ongeveer tweemaal zo hoog als dat bij eer­ste­graads­fa­mi­lie­le­den van mensen zonder de stoornis; onder de eer­ste­graads­fa­mi­lie­le­den van mensen met een begin van de stoornis in de kindertijd of adolescentie is het percentage echter tienvoudig verhoogd. De familiaire overdracht vindt deels via genetische factoren plaats (bijvoorbeeld een concordantie van 0,57 voor monozygote ten opzichte van 0,22 voor dizygote tweelingen). Uit twee­ling­on­der­zoe­ken blijkt dat een opeenstapeling van genetische effecten ver­ant­woor­de­lijk is voor ~40% van de variantie in de obsessieve-compulsieve symptomen. Vooral disfuncties in de cortex orbitofrontalis, de cortex cingularis anterior en het striatum spelen hier een rol; er zijn echter ook veranderingen gemeld in de frontolimbische, frontopariëtale en cerebellaire netwerken.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.