Angst­stoor­nis­sen Terugkerende gedachten, ver­mij­dings­ge­drag en repetitieve verzoeken tot geruststelling kunnen zich ook bij angst­stoor­nis­sen voordoen. De terugkerende gedachten (bange voorgevoelens) die bij een ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis voorkomen, betreffen echter meestal reële gebeurtenissen, terwijl de obsessies bij OCS dikwijls een niet-reëel karakter hebben en inhoudelijk vreemd, irrationeel of schijnbaar magisch van aard kunnen zijn; bovendien zijn de obsessies doorgaans aan compulsies gekoppeld. Net als mensen met OCS kunnen mensen met een specifieke fobie met een vreesreactie op bepaalde objecten of situaties reageren, maar bij een specifieke fobie is het gevreesde object veel duidelijker gedefinieerd en ontbreken rituelen. Bij de sociale-angststoornis bestaat het gevreesde object of de gevreesde situatie alleen uit sociale interacties of situaties waarin iemand publiekelijk moet optreden, en zijn het vermijden en geruststelling zoeken vooral gericht op het doen afnemen van het gevoel van verlegenheid.

Depressieve stoornis OCS moet worden onderscheiden van de ruminaties bij een depressieve stoornis, waarbij de gedachten meestal stem­mings­con­gru­ent zijn en niet noodzakelijk als intrusief of kwellend worden ervaren; bovendien zijn de ruminaties niet gekoppeld aan compulsies die typerend zijn voor OCS.

Andere obsessieve-compulsieve of verwante stoornissen Bij de morfodysfore stoornis zijn de gedachten en handelingen beperkt tot ongerustheid over het uiterlijk; bij tri­cho­til­lo­ma­nie is het drangmatige gedrag beperkt tot haar uittrekken, en ontbreken obsessies. De symptomen van de ver­za­mel­stoor­nis draaien uitsluitend om de aanhoudende moeite om bezittingen weg te doen of er afstand van te nemen, waarbij het wegdoen van de bezittingen met opvallende lijdensdruk gepaard gaat en er sprake is van een excessief verzamelen van voorwerpen. Als iemand echter obsessies ervaart die typerend zijn voor OCS (bijvoorbeeld ongerustheid over onvolledigheid of onheil) en deze obsessies leiden tot dwangmatig verzamelgedrag (zoals alle voorwerpen verzamelen die bij een set horen om een gevoel van volledigheid te krijgen, of geen oude kranten wegdoen omdat ze misschien informatie bevatten waardoor onheil kan worden afgewend), dient in plaats daarvan de classificatie OCS te worden toegekend.

Eetstoornissen OCS kan worden onderscheiden van anorexia nervosa doordat bij OCS de obsessies en compulsies zich niet beperken tot ongerustheid over gewicht en voedsel.

Tics (bij ticstoornis) en motorische stereotypieën Een tic is een plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische motorische beweging of vocale uiting (zoals knipperen met de ogen, schrapen van de keel). Een motorische stereotypie is een herhaalde, ogenschijnlijk drangmatige, niet-functionele motorische beweging (bijvoorbeeld hoofdbonken, schommelen met het lichaam, zichzelf bijten). Tics en motorische stereotypieën zijn doorgaans minder ingewikkeld dan compulsies, en zijn niet gericht op het neutraliseren van obsessies. Desalniettemin kan het lastig zijn om ingewikkelde tics van compulsies te onderscheiden. Terwijl aan compulsies normaal gesproken obsessies voorafgaan, gaan aan tics vaak ‘aankondigende’ dranggevoelens vooraf. Sommige betrokkenen hebben zowel symptomen van OCS als een ticstoornis, en in dat geval kunnen beide classificaties worden toegekend.

Psychotische stoornissen Sommige mensen met OCS hebben een gering realiteitsbesef of zelfs paranoïsche overtuigingen. Zij hebben echter obsessies én compulsies (hierin verschilt hun aandoening van een waanstoornis), en daarnaast is er geen sprake van andere kenmerken van schizofrenie of een schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis (zoals hallucinaties of ge­des­or­ga­ni­seerd spreken). De OCS-symptomen van mensen bij wie de specificatie ‘met ontbrekend realiteitsbesef/paranoïsche overtuigingen’ gerechtvaardigd is, moeten niet worden geclassificeerd als een psychotische stoornis.

Ander dwangmatig lijkend gedrag Bepaald gedrag wordt weleens omschreven als dwangmatig of compulsief, waaronder seksueel gedrag (in het geval van parafilieën), gokken (zoals bij de gokstoornis) en middelengebruik (bijvoorbeeld de stoornis in het gebruik van alcohol). Dit gedrag wijkt echter af van de compulsies van OCS omdat de betrokkene meestal voldoening aan de activiteit ontleent en er eventueel alleen maar van af wil komen vanwege de schadelijke gevolgen.

Dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis De dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nisOmdat de obsessive-compulsive personality disorder fenomenologisch sterk verschilt van de obsessieve-compulsieve stoornis, hebben we deze niet, zoals in de DSM-IV, vertaald als ‘obsessieve-compulsieve-per­soon­lijk­heids­stoor­nis’, maar hebben we gekozen voor de traditionele Nederlandse naam ‘dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis’. wordt niet gekenmerkt door intrusieve gedachten, beelden of neigingen of door repetitieve handelingen als reactie op deze intrusieve symptomen; in plaats daarvan betreft het een voortdurend en pervasief onaangepast patroon van overmatig perfectionisme en rigide controle. Wanneer iemand de symptomen van zowel OCS als een dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis heeft, kunnen beide classificaties worden toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.