Uit een systematische review van de internationale literatuur over suïcidegedachten en -pogingen in klinische steekproeven van mensen met OCS bleek dat gemiddeld 14,2% van hen gedurende hun hele leven een of meer suïcidepogingen heeft gedaan, 44,1% suïcidegedachten heeft gehad en 25,9% op het moment van het onderzoek suïcidegedachten had. Voorspellers van een groter risico op suïcide waren de ernst van de OCS, de symptoomdimensie van onaanvaardbare gedachten, de ernst van comorbide depressieve en angstsymptomen, en een voorgeschiedenis van suïcidaliteit. Een andere internationale systematische review van 48 onderzoeken vond een matige tot hoge, significante samenhang tussen suïcidegedachten/-pogingen en OCS.
Een crosssectioneel onderzoek onder 582 poliklinische patiënten met OCS in Brazilië wees uit dat 36% van hen op enig moment in hun leven suïcidegedachten had gehad, terwijl 20% suïcideplannen had gemaakt, 11% al een suïcidepoging had gedaan en 10% op het moment van onderzoek suïcidegedachten had. In dit onderzoek hingen de seksuele/religieuze dimensie van OCS en comorbide stoornissen in het gebruik van een middel samen met suïcidegedachten en suïcideplannen; stoornissen in de impulsbeheersing hingen samen met actuele suïcidegedachten en met suïcideplannen en -pogingen; en een comorbide depressieve stoornis of posttraumatische-stressstoornis (PTSS) op enig moment in het leven hing samen met alle aspecten van suïcidaal gedrag.
In een Zweeds onderzoek waarin gegevens uit het nationale bevolkingsregister zijn gebruikt van 36.788 mensen met OCS en met hen vergelijkbare controlepersonen uit de algemene populatie, hadden mensen met OCS een hoger risico om te sterven door suïcide (OR = 9,8) of om een suïcidepoging te doen (OR = 5,5). Het verhoogde risico voor beide uitkomsten bleef aanzienlijk, zelfs na correctie voor comorbide psychische stoornissen. Het suïciderisico was hoger bij een comorbide persoonlijkheidsstoornis of een comorbide stoornis in het gebruik van een middel, terwijl vrouw zijn, een hoger onderwijsniveau van de ouders, en het hebben van een comorbide angststoornis beschermende factoren waren.