Uit sommige onderzoeken is gebleken dat mannen en vrouwen een uitgebreide en een beperkte NCS anders ervaren. De incidentie, prevalentie, etiologie (risicofactoren en beschermende factoren) en de wijze waarop de uitgebreide en de beperkte NCS zich klinisch uiten, kunnen alle door geslachts- en gen­der­ge­re­la­teer­de factoren worden beïnvloed. Er zijn meer vrouwen dan mannen met een uitgebreide NCS, omdat vrouwen gemiddeld langer leven. Een vrouw van een bepaalde leeftijd heeft dus een hoger cumulatief risico om voor het overlijden een uitgebreide NCS te ontwikkelen dan een man van dezelfde leeftijd. Het verschil in incidentie is minder duidelijk en kan per populatie en in de loop van de tijd door gen­der­ge­re­la­teer­de factoren verschillen (bijvoorbeeld opleiding, beroep, rol binnen het gezin, stress). Zo is de incidentie van dementie in verscheidene hoge-inkomenslanden in de afgelopen dertig jaar afgenomen, maar was deze afname voor mannen en vrouwen per land verschillend. Vrouwen vertonen doorgaans een breder scala aan symptomen. Bij vrouwen komen met name meer psychiatrische symptomen tot uiting, zoals depressiviteit, angst en wanen. Mannen vertonen doorgaans meer agressie, apathie en vegetatieve symptomen.

Net als leeftijd, cultuur en beroep kunnen geslachts- en gen­der­ge­re­la­teer­de factoren van invloed zijn op de mate waarin de betrokkene zich zorgen maakt over en zich bewust is van cognitieve symptomen. Voor vrouwen met een neurocognitieve stoornis op latere leeftijd geldt daarbij dat zij vaak relatief ouder zijn of meer somatische comorbiditeit hebben, en vaker alleen wonen, wat het onderzoek en de behandeling kan compliceren. Daarnaast zijn er geslachts- en gen­der­ver­schil­len in de frequentie van sommige etiologische subtypen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.