Naast een zorgvuldige anamnese vormen neuropsychologische tests de belangrijkste onderzoeksmiddelen voor de classificatie van neurocognitieve stoornissen, vooral van de beperkte NCS, waarbij de functionele veranderingen minimaal en de symptomen subtieler zijn. In het ideale geval worden mensen doorverwezen voor een formeel neuropsychologisch onderzoek, dat een kwantitatieve beoordeling van alle relevante domeinen mogelijk maakt en daarmee helpt bij de classificatie; dat de familie informeert over de gebieden waarop de betrokkene meer steun nodig heeft; en dat kan dienen als een referentiepunt voor latere achteruitgang of respons op behandeling. Als dergelijk onderzoek niet beschikbaar of uitvoerbaar is, kunnen de beknopte tests in tabel 1 inzicht verschaffen in elk domein. Globalere beknopte tests van de psychische toestand kunnen nuttig zijn, maar zijn mogelijk niet sensitief genoeg, vooral als het om beperkte veranderingen gaat in één domein of bij degenen met heel goed ontwikkelde premorbide vermogens, en de tests kunnen al te sensitief zijn bij mensen met slecht ontwikkelde premorbide vermogens.
Bij het onderscheiden van etiologische subtypen kunnen aanvullende diagnostische markers een rol spelen, vooral onderzoeken met beeldvormende technieken, zoals magnetic resonance imaging (MRI-scans) en positronemissietomografie (PETscans). Daarnaast kunnen specifieke markers worden gebruikt om bepaalde subtypen vast te stellen. Deze kunnen belangrijker worden naarmate er steeds meer aanvullende onderzoeksbevindingen beschikbaar zijn, zoals in de betreffende paragrafen wordt besproken.