De neurocognitieve stoornissen zijn onderverdeeld in subtypen, hoofdzakelijk volgens de bekende of veronderstelde oorzakelijke of pathologische aandoening die aan de cognitieve achteruitgang ten grondslag ligt. Deze subtypen worden van elkaar onderscheiden op basis van een combinatie van tijdsverloop, kenmerkende aangetaste domeinen, en de ermee samenhangende symptomen. Bij bepaalde etiologische subtypen hangt de classificatie voor een aanzienlijk deel af van de aanwezigheid van een mogelijke oorzakelijke aandoening, zoals de ziekte van Parkinson of Huntington, of traumatisch hersenletsel of een beroerte in de relevante tijdsperiode. Bij andere etiologische subtypen (in het algemeen de neurodegeneratieve ziekten, zoals de ziekte van Alzheimer, frontotemporale degeneratie en lewylichaampjesziekte) is de classificatie hoofdzakelijk gebaseerd op de cognitieve, gedrags- en functionele symptomen. Het onderscheid tussen deze syndromen, waarbij een onafhankelijk te bepalen etiologische entiteit ontbreekt, is duidelijker bij de uitgebreide dan bij de beperkte NCS. Soms zijn de kenmerkende symptomen en daarmee samenhangende aspecten echter ook bij de beperkte NCS aanwezig.
Neurocognitieve stoornissen worden vaak in multidisciplinair verband behandeld. Voor veel subtypen hebben internationale multidisciplinaire expertgroepen specifieke consensuscriteria ontwikkeld, die zijn gebaseerd op een correlatie met de onderliggende hersenpathologie. De criteria voor de subtypen die hier genoemd worden, zijn in overeenstemming gebracht met de criteria van deze experts.