De prevalentie van de neurocognitieve stoornissen varieert sterk met de leeftijd en per etiologisch subtype. Totale prevalentiecijfers zijn meestal alleen beschikbaar voor oudere populaties. Onder mensen die ouder zijn dan 60 jaar, neemt de prevalentie snel toe met de leeftijd, en daarom zijn de prevalentiecijfers nauwkeuriger voor smalle leeftijdscategorieën dan voor brede leeftijdscategorieën, zoals ‘boven de 65’ (waarbij de gemiddelde leeftijd sterk uiteen kan lopen op grond van de levensverwachting van de betreffende populatie). Voor etiologische subtypen die zich gedurende het hele leven kunnen voordoen, zijn prevalentiecijfers voor de neurocognitieve stoornis waarschijnlijk alleen beschikbaar, als ze er al zijn, in de vorm van het percentage mensen die NCS ontwikkelen onder degenen met de relevante aandoening (zoals traumatisch hersenletsel, hiv-infectie).
De totale prevalentie van dementie is hoger bij vrouwen, in het bijzonder de ziekte van Alzheimer, maar dit verschil is grotendeels, zo niet volledig, toe te schrijven aan de langere levensverwachting van vrouwen.
Het totale wereldwijde prevalentiecijfer voor dementie (grotendeels overeenkomend met de uitgebreide neurocognitieve stoornis) is ongeveer 1 à 2% op de leeftijd van 65 jaar, en ligt rond 30% bij mensen van 85. De prevalentie van de beperkte NCS is sterk afhankelijk van de definitie van de stoornis, vooral bij algemeen bevolkingsonderzoek, dat minder gedetailleerd is. Bovendien is er bij dat soort onderzoek misschien sprake van een minder duidelijke achteruitgang van het functioneren ten opzichte van het oorspronkelijke niveau, in tegenstelling tot in behandelsettings, waarin de zorgen om de cognitieve achteruitgang meestal groot zijn op het moment dat er hulp wordt gezocht. Schattingen van de prevalentie van lichte cognitieve beperkingen (wat grotendeels overeenkomt met de beperkte NCS) onder oudere mensen variëren behoorlijk, van 2 tot 10% op de leeftijd van 65 jaar en van 5 tot 25% op de leeftijd van 85 jaar. De prevalentie en de incidentie van dementie variëren per land en ook tussen de etnische groepen in de Verenigde Staten, maar daarbij wordt het vergelijken van de percentages wel bemoeilijkt door methodologische verschillen.