Neurocognitieve stoornissen komen veel voor onder ouderen, en komen dus vaak samen voor met een grote verscheidenheid aan leef­tijds­ge­re­la­teer­de ziekten, die de classificatie of behandeling kunnen compliceren. De opvallendste daarvan is het delirium, waarop het risico groter wordt als er ook sprake is van NCS. Bij oudere mensen gebeurt het vaak dat een NCS voor het eerst wordt opgemerkt als zich tijdens een zie­ken­huis­op­na­me een delirium voordoet, maar na zorgvuldige anamnese komt dikwijls aan het licht dat er eerder tekenen zijn geweest van achteruitgang. Gemengde neurocognitieve stoornissen komen ook vaak voor bij ouderen, omdat de prevalentie van veel etiologische aandoeningen toeneemt met het ouder worden. Bij jongere mensen treedt een neurocognitieve stoornis vaak samen op met neu­ro­bi­o­lo­gi­sche ont­wik­ke­lings­stoor­nis­sen: hoofdletsel bij een kind van de voorschoolse leeftijd kan bijvoorbeeld ook leiden tot significante ontwikkelingsen leerproblemen. Bijkomende comorbiditeit van NCS is vaak gerelateerd aan het etiologische subtype, zoals in de betreffende paragrafen wordt besproken.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.