Paniekaanvallen met een beperkt aantal symptomen Een stoornis mag niet als paniekstoornis worden geclassificeerd als de betrokkene nog nooit (onverwachte) paniekaanvallen met alle vereiste symptomen heeft ervaren. In het geval van alleen onverwachte paniekaanvallen met een beperkt aantal symptomen dient een andere gespecificeerde angststoornis of ongespecificeerde angststoornis te worden overwogen.
Angststoornis door een somatische aandoening Een classificatie paniekstoornis wordt niet toegekend als de paniekaanvallen worden beschouwd als het directe fysiologische gevolg van een somatische aandoening. Voorbeelden van somatische aandoeningen die paniekaanvallen kunnen veroorzaken zijn hyperthyreoïdie, hyperparathyreoïdie, feochromocytoom, vestibulaire disfuncties, epileptische aandoeningen en hart- en longaandoeningen (zoals aritmieën, supraventriculaire tachycardie, astma, chronische obstructieve longziekte (COPD)). Om de etiologische rol van een somatische aandoening te kunnen bepalen, kan gebruik worden gemaakt van specifieke laboratoriumtests (zoals voor het calciumgehalte in het bloed voor hyperparathyreoïdie; de holtermonitor voor aritmieën) of lichamelijk onderzoek (zoals voor hartziekten). Kenmerken zoals een aanvang na de leeftijd van 45 jaar of de aanwezigheid van atypische symptomen tijdens een paniekaanval (zoals duizeligheid, bewustzijnsverlies, verlies van controle over blaas of darmen, ongearticuleerd spreken, amnesie) wijzen op de mogelijkheid dat een somatische aandoening of een middel de oorzaak is van de symptomen van de paniekaanval.
Angststoornis door een middel/medicatie De classificatie paniekstoornis is niet van toepassing wanneer wordt geoordeeld dat de paniekaanvallen een direct fysiologisch gevolg zijn van een middel. Intoxicatie door middelen die een stimulerend effect hebben op het centrale zenuwstelsel (zoals cocaïne, amfetamineachtige middelen, cafeïne) of door cannabis, en onttrekking van middelen die het centrale zenuwstelsel onderdrukken (zoals alcohol, barbituraten), kunnen een paniekaanval veroorzaken. Als de paniekaanvallen echter blijven komen buiten de context van het middelengebruik (lang nadat de effecten van intoxicatie of onttrekking zijn verdwenen bijvoorbeeld) dient wel een paniekstoornis te worden overwogen. Aangezien de paniekstoornis bij sommige patiënten ook vooraf kan gaan aan middelengebruik en kan leiden tot een toename van het gebruik, dient bovendien een gedetailleerde anamnese te worden afgenomen om te kunnen bepalen of de betrokkene al paniekaanvallen had voordat er sprake was van overmatig middelengebruik. Als dit inderdaad het geval is, moet behalve een stoornis in het gebruik van een middel ook een paniekstoornis worden overwogen. Kenmerken als het ontstaan van de stoornis na de leeftijd van 45 jaar of de aanwezigheid tijdens een paniekaanval van atypische symptomen (zoals duizeligheid, bewustzijnsverlies, verlies van controle over de blaas of darmen, onduidelijk spreken, amnesie) wijzen in de richting van de mogelijkheid dat een somatische aandoening of een middel de oorzaak is van de panieksymptomen.
Andere psychische stoornissen met paniekaanvallen als een bijkomend kenmerk (zoals andere angststoornissen en psychotische stoornissen) Paniekaanvallen die optreden als symptoom van andere angststoornissen zijn verwachte paniekaanvallen (zoals bij de sociale-angststoornis door een sociale situatie, bij een specifieke fobie of agorafobie door fobische objecten of situaties, bij de gegeneraliseerde-angststoornis door bezorgdheid, bij de separatieangststoornis door een scheiding van thuis of hechtingspersonen), en daarmee voldoen ze dus niet aan de criteria voor de paniekstoornis. (NB Soms gaat een onverwachte paniekaanval gepaard met het ontstaan van een andere angststoornis, maar dan zijn de paniekaanvallen vervolgens niet langer onverwacht, terwijl de paniekstoornis wordt gekenmerkt door recidiverende onverwachte paniekaanvallen.) Als de paniekaanvallen alleen optreden in reactie op specifieke triggers, wordt alleen de relevante angststoornis als classificatie toegekend. Als de betrokkene daarnaast echter ook onverwachte paniekaanvallen heeft en zich vanwege de aanvallen aanhoudend zorgen blijft maken over gedragsverandering, dient een extra classificatie paniekstoornis te worden overwogen.