Onderscheid met de paniekstoornis
Heeft als vereiste de aanwezigheid van een somatische aandoening in de etiologie (bijvoorbeeld hyperthyreoïdie). De classificatie paniekstoornis wordt niet toegekend als de paniekaanvallen volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een somatische aandoening op het centrale zenuwstelsel.
Is het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel of medicatie. De classificatie paniekstoornis wordt niet toegekend als de paniekaanvallen volledig het gevolg zijn van de directe fysiologische effecten van een middel (of medicatie).
Paniekaanvallen kunnen bij veel psychische stoornissen optreden (bijvoorbeeld sociale-angststoornis (sociale fobie), specifieke fobie, se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis, obsessieve-compulsieve stoornis, ver­za­mel­stoor­nis, post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis, depressieve stoornis), in situaties waarin de betrokkene als gevolg van de stoornis al een bepaald niveau van angst ervaart. Een voorbeeld is iemand met een sociale-angststoornis die zo angstig wordt in sociale situaties dat dit een paniekaanval oproept, of iemand met een obsessieve-compulsieve stoornis die zich zorgen maakt over besmetting en extreem overstuur kan raken als hij of zij wordt blootgesteld aan ziektekiemen of vuil, wat culmineert in een paniekaanval. In dergelijke gevallen kan de specificatie ‘met paniekaanvallen’ worden genoteerd. De paniekaanvallen van mensen met een paniekstoornis zijn daarentegen onverwacht (d.w.z. ze komen ‘uit het niets’ opzetten), in elk geval in de beginfase van de stoornis.
Heeft als mogelijk kenmerk de ontwikkeling van een paniekaanval (bijvoorbeeld iemand krijgt een paniekaanval terwijl hij of zij onder schot wordt gehouden). De paniekaanvallen van mensen met een paniekstoornis zijn daarentegen onverwacht (d.w.z. ze komen uit het niets opzetten), in elk geval in de beginfase van de stoornis.
Heeft als kenmerk één enkele paniekaanval, die wel of niet uit het niets kan komen opzetten en op zichzelf geen aanwijzing vormt voor psy­cho­pa­tho­lo­gie. Voor de classificatie paniekstoornis zijn minstens twee onverwachte paniekaanvallen vereist.
Heeft als kenmerk paniekachtige aanvallen met minder symptomen dan het minimumaantal van vier dat is vereist voor een paniekaanval.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.