Behalve bezorgdheid over het krijgen van een paniekaanval en de gevolgen daarvan beschrijven veel mensen met een paniekstoornis ook continu of met tussenpozen aanwezige angstgevoelens, die in bredere zin samenhangen met bezorgdheid over de eigen lichamelijke en psychische gezondheid. Mensen met een paniekstoornis anticiperen bijvoorbeeld vaak op een catastrofale uitkomst van een licht lichamelijk symptoom of een bijwerking van medicatie (en denken dan bijvoorbeeld dat ze een hartkwaal hebben of dat hun hoofdpijn betekent dat ze een hersentumor hebben). Bij deze mensen is vaak sprake van een relatief geringe tolerantie voor de bijwerkingen van medicatie. Daarnaast kunnen er veelomvattende zorgen zijn over het vermogen om dagelijkse bezigheden te verrichten of opgewassen te zijn tegen dagelijkse stressoren, en kan er sprake zijn van overmatig middelengebruik (zoals alcohol, voorgeschreven medicatie of drugs) om de paniekaanvallen de baas te blijven, of van extreem gedrag gericht op het onder controle houden van de paniekaanvallen (zoals zichzelf ernstige beperkingen opleggen in het dieet, of het vermijden van specifieke voe­dings­mid­de­len of geneesmiddelen vanwege bezorgdheid over lichamelijke klachten die een paniekaanval zouden kunnen opwekken).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.