Er lijkt verschil te bestaan tussen culturele contexten in de mate waarin psychiatrische en somatische angstsymptomen paniek oproepen bij mensen, en dit kan invloed hebben op de prevalentie van paniekaanvallen en de paniekstoornis. Ook kunnen culturele verwachtingen invloed hebben op de classificatie van paniekaanvallen als verwacht of onverwacht. Helderheid scheppen over de details van culturele attributies kan helpen om onderscheid te maken tussen verwachte en onverwachte paniekaanvallen. Zie voor meer informatie over culturele concepten van lijdensdruk het hoofdstuk ‘Cultuur en psychiatrische diagnostiek’ in deel III.
Wat betrokkenen precies zorgen baart aan paniekaanvallen en de gevolgen daarvan kan per cultuur verschillen (en per leeftijdsgroep en gender). Bij Aziatische en Latijns-Amerikanen en bij Afro-Amerikanen is een verband gevonden tussen de paniekstoornis en etnische discriminatie en racisme, ook nadat rekening is gehouden met het effect van demografische factoren. In de Verenigde Staten leidt de paniekstoornis voor Amerikanen van Europese afkomst tot minder ernstige problemen met het functioneren dan voor Afro-Amerikanen. Ook rapporteert men bij mensen met een paniekstoornis van Afro-Caraïbische afkomst hogere percentages objectief gedefinieerde ernst. Er zijn lagere totaalpercentages voor de paniekstoornis bij zowel Afro-Amerikaanse als Afro-Caraïbische groepen, wat erop lijkt te duiden dat bij personen met een Afrikaanse afkomst alleen aan de criteria voor de paniekstoornis wordt voldaan als er sprake is van een substantiële ernst en problemen met het functioneren. De mate waarin wegens een paniekstoornis gebruik wordt gemaakt van de geestelijke gezondheidszorg verschilt per etnische groep.