Het percentage paniekstoornissen is bijna twee keer zo hoog bij vrouwen als bij mannen. Een recidief van de paniekstoornis komt eveneens vaker voor bij volwassen vrouwen dan bij mannen, wat suggereert dat vrouwen een onstabieler ziekteverloop hebben. Ook onder adolescenten worden sekseverschillen in het klinische beloop gevonden. De paniekstoornis heeft meer invloed op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij vrouwen dan bij mannen. Mogelijk is dit toe te schrijven aan het feit dat sommige vrouwen een hogere angstgevoeligheid hebben, of aan een hogere comorbiditeit met agorafobie en de depressieve stoornis. Er is enig bewijs voor seksueel dimorfisme, waarbij een hoge expressie van MAOA-uVNTR-allelen mogelijk als vrouwspecifieke risicofactor voor de paniekstoornis fungeert.