De paniekstoornis kenmerkt zich door recidiverende onverwachte paniekaanvallen (criterium A). (Voor een gedetailleerde beschrijving van de symptomen en het beloop van paniekaanvallen, zie ‘Paniekaanval als specificatie’ onder het kopje ‘Kenmerken’) Een paniekaanval is een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek bereikt, met vier of meer symptomen uit een lijst van dertien lichamelijke en cognitieve symptomen. Met ‘recidiverend’ wordt bedoeld: meer dan één onverwachte paniekaanval. Met ‘onverwacht’ wordt bedoeld dat op het moment dat een paniekaanval zich voordoet, hiervoor geen duidelijke aanleiding of trigger aanwijsbaar is, zoals een situatie waarin meestal een paniekaanval optreedt — de aanval lijkt vanuit het niets te komen opzetten, bijvoorbeeld terwijl de betrokkene zich ontspant, of vanuit een slaaptoestand (nachtelijke paniekaanval). Daartegenover zijn er ook ‘verwachte’ paniekaanvallen, waarvoor wel een duidelijke aanleiding of trigger aanwijsbaar is, bijvoorbeeld een situatie waarin vaak een paniekaanval optreedt. Het is aan de clinicus om te beoordelen of een paniekaanval verwacht of onverwacht is, en hij of zij baseert dit oordeel op een afgewogen combinatie van een zorgvuldige anamnese van de opeenvolging van gebeurtenissen die voorafgingen aan of leidden tot de aanval, en het oordeel van de betrokkene zelf over de vraag of de paniekaanval zonder duidelijke aanleiding leek op te treden. Culturele interpretaties kunnen invloed hebben op de vraag of een paniekaanval ‘verwacht’ of ‘onverwacht’ wordt genoemd (zie de subparagraaf ‘Cultuur en classificatie’ voor deze stoornis). In de Verenigde Staten en Europa heeft ongeveer de helft van de mensen met een paniekstoornis zowel verwachte als onverwachte paniekaanvallen. De aanwezigheid van verwachte paniekaanvallen sluit de classificatie paniekstoornis dus niet uit.

In de frequentie en ernst van de paniekaanvallen kunnen enorme verschillen bestaan. In termen van frequentie kunnen er maandenlang paniekaanvallen zijn in een matige frequentie (één per week bijvoorbeeld), of korte uitbarstingen van frequentere aanvallen (bijvoorbeeld dagelijks), onderbroken door weken of maanden zonder één enkele aanval of met minder vaak aanvallen (bijvoorbeeld twee per maand) gedurende vele jaren. Mensen die infrequent paniekaanvallen hebben, lijken op mensen met frequentere paniekaanvallen in termen van hun panieksymptomen, demografische kenmerken, comorbiditeit met andere stoornissen, familieanamnese, en biologische gegevens. In termen van ernst kunnen mensen zowel paniekaanvallen hebben met alle vereiste symptomen (vier of meer) als met een beperkt aantal symptomen (minder dan vier), en het aantal of het type symptomen kan per paniekaanval verschillen. Echter, voor de classificatie paniekstoornis is meer dan één onverwachte paniekaanval met alle symptomen vereist.

Een nachtelijke paniekaanval (in paniek wakker worden) is anders dan in paniek raken na volledig wakker te zijn geworden. In de Verenigde Staten komen nachtelijke paniekaanvallen naar schatting minstens één keer voor bij ongeveer een kwart tot een derde van de mensen met een paniekstoornis, van wie de meerderheid ook overdag paniekaanvallen heeft. Bij mensen die zowel overdag als ’s nachts paniekaanvallen hebben, is de paniekstoornis over het algemeen ernstiger. De zorgen over de paniekaanvallen of de gevolgen daarvan betreffen meestal de lichamelijke klachten, zoals bezorgdheid dat de paniekaanvallen een aanwijzing zijn voor een le­vens­be­drei­gen­de ziekte (bijvoorbeeld een hartziekte of epilepsie); sociale zorgen, zoals schaamte over zichtbare panieksymptomen of de angst om hierdoor negatief te worden beoordeeld door anderen; en zorgen over het psychische functioneren, zoals ‘gek worden’ of verlies van zelfbeheersing (criterium B). Mensen die rapporteren dat ze bang zijn om tijdens hun paniekaanval te overlijden, hebben meestal ernstigere vormen van de paniekstoornis (bijvoorbeeld paniekaanvallen met meer symptomen). De maladaptieve ge­drags­ver­an­de­rin­gen hebben als doel om de paniekaanvallen of de gevolgen hiervan tot een minimum terug te brengen of te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn het vermijden van fysieke inspanning; het anders inrichten van het dagelijks leven om er zeker van te zijn dat er hulp beschikbaar is mocht zich een paniekaanval voordoen; het beperken van de dagelijkse bezigheden; en het vermijden van agorafobische situaties, zoals het huis uit gaan, reizen met het openbaar vervoer of winkelen. Als er sprake is van agorafobie, wordt deze stoornis als aparte classificatie toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.