Tot de opioïden behoren natuurlijke opioïden (bijvoorbeeld morfine, codeïne), half synthetische middelen (bijvoorbeeld heroïne, oxycodon en hydromorfon), en synthetische middelen met een morfineachtige werking (bijvoorbeeld methadon, tramadol en fentanyl). Buprenorfine, dat zowel een opi­aat­a­go­nis­ti­sche als een opi­aat­an­ta­go­nis­ti­sche werking heeft, wordt ook tot deze klasse gerekend omdat de agonistische eigenschappen, vooral bij lagere doses, soortgelijke fysiologische en gedragseffecten geven als klassieke opiaatagonisten. Opioïden worden voorgeschreven als analgetica, anesthetica, an­ti­di­ar­ree­mid­de­len of hoeston­der­druk­kers. Voor wat betreft drugsgebruik is heroïne een van de meest gebruikte middelen van deze klasse. Dit middel wordt meestal geïnjecteerd, hoewel het ook wel gerookt of gesnoven wordt, vooral als er zeer zuivere heroïne beschikbaar is. Fentanyl wordt gewoonlijk geïnjecteerd, zowel bij medisch als niet-medisch gebruik. Medisch wordt het ook gebruikt in transdermale en transmucosale formuleringen, terwijl hoeston­der­druk­ken­de middelen en an­ti­di­ar­ree­mid­de­len oraal worden ingenomen. De overige opioïden worden over het algemeen zowel via injectie als oraal ingenomen.

Een stoornis in het gebruik van een opioïde kan ontstaan door voorgeschreven opioïden of illegale opioïden (bijvoorbeeld heroïne en, vooral de laatste jaren, aan fentanyl verwante synthetische opioïden). De klachten en verschijnselen van een stoornis in het gebruik van een opioïde betreffen het zichzelf drangmatig, gedurende lange tijd toedienen van opioïde middelen met een ander doel dan een legitiem medisch doel of voor gebruik op een ‘niet-medische’ manier (dat wil zeggen, in doseringen die de benodigde hoeveelheid voor een medische doel ernstig overstijgen). Een voorbeeld van niet-medisch gebruik is iemand die een opioïde pijnstiller voorgeschreven heeft gekregen die in een normale dosering voor pijnbeheersing is bedoeld, maar die de betrokkene aanmerkelijk meer gebruikt dan de voorgeschreven dosering en niet alleen omdat hij of zij aanhoudende pijn heeft. De meeste mensen met een stoornis in het gebruik van een opioïde hebben tolerantie opgebouwd, waardoor zij bij het abrupt stoppen van de opioïden ont­trek­kings­symp­to­men krijgen. Net als bij andere psychoactieve stoffen ontwikkelen mensen met een stoornis in het gebruik van een opioïde vaak con­di­ti­o­ne­rings­re­ac­ties op mid­del­ge­re­la­teer­de prikkels (bijvoorbeeld een sterk verlangen naar het middel bij het zien van een afbeelding ervan of van de parafernalia die bij het gebruik horen). Dergelijke reacties verhogen de kans op terugval, zijn moeilijk uit te bannen en persisteren na detoxificatie.

Mensen met een stoornis in het gebruik van een opioïde ontwikkelen doorgaans een zodanig patroon van drangmatig drugsgebruik dat de dagelijkse activiteiten alleen maar draaien om het bemachtigen en het gebruiken van het opioïde. Opioïden op recept die niet-medisch worden gebruikt, kunnen verkregen zijn via vrienden of familie, bij een arts door medische problemen te veinzen of te overdrijven, door gelijktijdig recepten aan verschillende artsen te vragen of door aanschaf op de illegale markt. Professionele zorgverleners met een stoornis in het gebruik van een opioïde kunnen aan opioïden komen door zichzelf recepten uit te schrijven of door opioïden die aan patiënten zijn voorgeschreven of die zich in de medicijnkast bevinden, achter te houden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.