CLASSIFICATIECRITERIA
AEen problematisch patroon van opioïdegebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende kenmerken, die binnen een periode van een jaar optreden:
1De opioïden worden vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was.
2Er is een persisterende wens of er zijn vergeefse pogingen om het opioïdegebruik te minderen of in de hand te houden.
3Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan het opioïde te komen, het middel te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan.
4Hunkering, of een sterke wens of drang tot opioïdegebruik.
5Recidiverend opioïdegebruik met als gevolg dat de belangrijkste rolverplichtingen niet worden nagekomen op het werk, op school of thuis.
6Aanhoudend opioïdegebruik ondanks persisterende of recidiverende sociale of interpersoonlijke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van het opioïde.
7Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het opioïdegebruik.
8Recidiverend opioïdegebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert.
9Het opioïdegebruik wordt gecontinueerd ondanks de wetenschap dat er een persisterend of recidiverend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk is veroorzaakt of verergerd door het middel.
10Tolerantie, zoals gedefinieerd door een van de volgende kenmerken:
a Behoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid opioïden om een intoxicatie of het gewenste effect te bereiken.
b Een duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid opioïden.
NB Dit criterium wordt niet meegeteld wanneer iemand alleen opioïden gebruikt onder geëigend medisch toezicht.
11Onttrekkingssymptomen, zoals blijkt uit minstens één van de volgende kenmerken:
a Het kenmerkende onttrekkingssyndroom van een opioïde (zie criteria A en B van het onttrekkingssyndroom van een opioïde).
b Opioïden (of een zeer verwante stof) worden gebruikt om onttrekkingssymptomen te verlichten of te voorkomen.
NB Dit criterium wordt niet meegeteld wanneer iemand alleen opioïden gebruikt onder geëigend medisch toezicht.
→Specificeer indien:
In vroege remissie Nadat eerder volledig aan de criteria voor de stoornis in het gebruik van een opioïde was voldaan, wordt nu aan geen enkel criterium voor deze stoornis meer voldaan sinds minstens drie maanden maar minder dan een jaar (met de uitzondering dat wel aan criterium A4, ‘Hunkering, of een sterke wens of drang tot opioïdegebruik’, mag worden voldaan).
In langdurige remissie Nadat eerder volledig aan de criteria voor de stoornis in het gebruik van een opioïde was voldaan, wordt nu aan geen enkel criterium voor deze stoornis meer voldaan sinds een periode van een jaar of langer (met de uitzondering dat wel aan criterium A4, ‘Hunkering, of een sterke wens of drang tot opioïdegebruik’, mag worden voldaan).
→Specificeer indien:
In onderhoudsbehandeling Deze extra specificatie wordt gebruikt wanneer iemand op voorschrift een agonist gebruikt, zoals methadon of buprenorfine, en aan geen van de criteria voldoet voor een stoornis in het gebruik van een opioïde voor die betreffende medicijngroep (afgezien van tolerantie voor of onttrekking van de antagonist). Deze specificatie is ook van toepassing wanneer iemand een onderhoudsdosering gebruikt van een gedeeltelijke agonist, een agonist/antagonist of een volledige antagonist, zoals oraal naltrexon of een naltrexon-depot.
In een gereguleerde omgeving Deze aanvullende specificatie is van toepassing op mensen in een setting waar er beperkte toegang is tot opioïden.
→Specificeer actuele ernst:
F11.1
Licht Er zijn twee tot drie symptomen aanwezig.
F11.2
Matig Er zijn vier tot vijf symptomen aanwezig.
F11.2
Ernstig Er zijn zes of meer symptomen aanwezig.