Temperament Mensen met narcolepsie rapporteren vaak dat zij meer slaap nodig hebben dan hun gezinsleden.
Omgeving Een keelinfectie door een groep A-streptokok, griep (in het bijzonder pandemische H1N1 2009) of andere infecties die in de winter voorkomen, en bepaalde vaccins (met name Pandemrix, tegen H1N1), kunnen bij sommige mensen luxerende factoren zijn voor het auto-immuunproces, waarbij narcolepsie een paar maanden later optreedt. Hoofdletsel en abrupte veranderingen in het slaapwaakpatroon (bijvoorbeeld verandering van baan, stress) kunnen aanvullende luxerende factoren zijn.
Genetica en fysiologie Eeneiige tweelingen hebben een concordantie van 25 tot 32% voor narcolepsie. De prevalentie van narcolepsie is in eerstegraadsfamilieleden 1 tot 2% (in totaal een 10- tot 40-voudige toename). Narcolepsie hangt nauw samen met HLA DQB1*06:02 (zie de subparagraaf ‘Diagnostische markers’). In aanwezigheid van DQB1*06:02 vergroot DQB1*03:01, en verkleinen DQB1*05:01, DQB1*06:01 en DQB1*06:03 de kans op narcolepsie. Het effect is echter klein. Polymorfe vormen in het T-celreceptor-alfa-gen en andere immunomodulerende genen kunnen de kans ook enigszins veranderen.