Andere hypersomnia’s De hypersomnolentiestoornis (ook wel bekend als idiopathische hypersomnia) en narcolepsie komen overeen wat betreft de aanwezigheid van chronische slaperigheid overdag, de leeftijd waarop de stoornis begint (meestal in de adolescentie of jongvolwassenheid), en het stabiele beloop in de tijd, maar zijn te onderscheiden door hun duidelijke verschillen in klinische kenmerken en laboratoriumresultaten. Mensen met een hypersomnolentiestoornis slapen ’s nachts meestal langer en met minder onderbrekingen, hebben meer moeite met ontwaken, hebben overdag vooral aanhoudende slaperigheid (in tegenstelling tot de meer afzonderlijke ‘slaapaanvallen’ bij narcolepsie), hebben overdag langere en minder verkwikkende slaapepisoden, en dromen tijdens hun dutjes overdag niet tot nauwelijks. Daarentegen hebben mensen met NT1 in het algemeen kataplexie. Mensen met NT1 of NT2 kunnen herhaaldelijke onderbrekingen laten zien van onderdelen van de remslaap in de overgangsfase tussen slapen en waken (bijvoorbeeld slaapgerelateerde hallucinaties en slaapparalyse). De MSLT laat gewoonlijk bij mensen met narcolepsie kortere slaaplatentietijden (een grotere fysiologische slaperigheid) en meerdere SOREMP’s zien.
Slaapdeprivatie en ontoereikende nachtrust Slaapdeprivatie en een ontoereikende nachtrust komen veel voor bij adolescenten en mensen die werken in ploegendiensten. Bij adolescenten komt het vaak voor dat zij moeite hebben om ’s nachts in slaap te vallen, wat kan leiden tot slaapdeprivatie. Het MSLT-resultaat kan foutpositief zijn wanneer de test wordt uitgevoerd als de betrokkene niet heeft geslapen of als de slaapfase van zijn of haar slaap is uitgesteld.
Slaapapneusyndromen Obstructieve slaapapneu komt vaak voor in de algemene bevolking en kan aanwezig zijn bij mensen met narcolepsie als gevolg van obesitas. Omdat obstructieve slaapapneu vaker voorkomt dan narcolepsie, kan kataplexie worden gemist (of is die afwezig). Narcolepsie moet worden overwogen bij mensen met slaperigheid die persisteert ondanks de behandeling van hun slaapapneusyndroom.
Insomniastoornis Mensen met narcolepsie kunnen gericht zijn op de verstoring van hun nachtrust en kunnen daardoor hun slaperigheid overdag ten onrechte toeschrijven aan een insomniastoornis. Net als mensen met een insomniastoornis worden mensen met narcolepsie ’s nachts vaak wakker, maar mensen met narcolepsie hebben in tegenstelling tot mensen met een insomniastoornis meestal geen moeite met in slaap vallen of met na het wakker worden opnieuw in slaap vallen. Bovendien hangt de insomniastoornis meestal niet samen met dezelfde mate van slaperigheid overdag als bij narcolepsie het geval is.
Depressieve stoornis Overmatige slaperigheid overdag is een veelvoorkomende klacht van zowel mensen met een depressieve stoornis als van mensen met narcolepsie. De aanwezigheid van kataplexie (wat geen kenmerk is van de depressieve stoornis) duidt in combinatie met de ernst van de overmatige slaperigheid overdag op de classificatie NT1 in plaats van een depressieve stoornis. Bovendien zijn de MSLT-resultaten bij mensen met ernstige depressiviteit vaak normaal en bestaat er een dissociatie tussen subjectieve en objectieve slaperigheid, zoals te bepalen met de gemiddelde slaaplatentietijd tijdens de MSLT. Uit een meta-analyse van mensen met psychische stoornissen die op slaperigheid onderzocht werden, blijkt dat 25% een gemiddelde slaaplatentietijd had van minder dan 8 minuten op de MSLT, terwijl met dezelfde test slechts zelden twee of meer SOREMP’s werden aangetoond; dit bevestigt dat narcolepsie meer remslaapdisfuncties veroorzaakt dan andere stoornissen.
Functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (conversiestoornis; pseudokataplexie) Mensen met een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kunnen zich in de zorg melden met zwakte die doet denken aan kataplexie. Bij de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is deze klacht echter vaak langdurig, heeft deze ongewone luxerende factoren en kan deze leiden tot frequente valpartijen. Betrokkenen kunnen vermelden dat zij tijdens MSLT-dutjes geslapen en gedroomd hebben, terwijl de MSLT geen karakteristieke SOREMP’s laat zien. Eigen video-opnamen en video-opnamen tijdens slaaponderzoeken kunnen nuttig zijn om deze stoornis te onderscheiden van echte kataplexie. De zwakte is bij pseudokataplexie meestal gegeneraliseerd, zonder gedeeltelijke aanvallen. Tijdens het consult kan een volledige, langdurende pseudokataplexie optreden. Dit biedt de onderzoekende arts voldoende tijd om de reflexen, die intact blijven, te controleren.
Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis of andere gedragsproblemen Bij kinderen en adolescenten kan slaperigheid gedragsstoornissen veroorzaken, waaronder agressiviteit en aandachtsproblemen. Hierdoor kan ten onrechte de classificatie aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) worden gekozen.
Atonische insulten Atonische insulten, een type insulten dat een plotseling verlies van de spierkracht veroorzaakt, moeten worden onderscheiden van kataplexie. Een atonisch insult wordt gewoonlijk niet door emoties uitgelokt en laat zich eerder zien als een plotselinge valpartij, in tegenstelling tot kataplexie, die langzamer, meer ‘smeltend’ verloopt. Atonische insulten komen meestal voor bij mensen die ook andere insulttypen ervaren; ze zijn ook duidelijk herkenbaar op het elektro-encefalogram.
Syncope Net zoals bij syncope ontwikkelt een kataplexieaanval zich meestal gedurende enkele seconden, maar mensen met kataplexie hebben geen presyncopale symptomen van duizeligheid, tunnelvisie en auditieve veranderingen.
Chorea en bewegingsstoornissen Bij jonge kinderen kan kataplexie ten onrechte worden gediagnosticeerd als chorea of als PANDAS (pediatric autoimmune neuropsychiatric disorders associated with streptococcal infections), vooral in de context van een keelinfectie door streptokokken en hoge concentraties antistreptolysine-O-antigeen. Sommige kinderen kunnen kort na het begin van de kataplexie een overlappende motorische stoornis hebben.
Schizofrenie Wanneer floride en levendige hypnagoge hallucinaties optreden, kunnen mensen met narcolepsie denken dat deze ervaringen echt zijn. Dit lijkt te duiden op de aanwezigheid van een echte hallucinatie die kenmerkend is voor schizofrenie. Er zijn echter duidelijke verschillen beschreven in het patroon van hallucinerende ervaringen bij narcolepsie in vergelijking met schizofrenie. Mensen met narcolepsie melden meestal slaapgerelateerde, multisensorische, ‘holistische’ hallucinaties (visueel, auditief, tactiel), terwijl mensen met schizofrenie overwegend verbaal-auditieve sensorische hallucinaties hebben. Bovendien kan een behandeling met stimulantia met een hoge dosis bij mensen met narcolepsie leiden tot de ontwikkeling van achtervolgingswanen. Als kataplexie aanwezig is in combinatie met hallucinaties of wanen, moet de eerste klinische veronderstelling zijn dat deze symptomen secundair zijn aan narcolepsie, alvorens een gelijktijdige classificatie schizofrenie wordt overwogen.