Normale verlegenheid Verlegenheid (sociale gereserveerdheid) is een algemeen voorkomend persoonlijkheidskenmerk en op zichzelf niet pathologisch. In sommige samenlevingen wordt verlegenheid juist positief beoordeeld. Als er echter een aanzienlijke ongunstige invloed is op het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of op een ander belangrijk levensgebied, dient een classificatie sociale-angststoornis te worden overwogen. Als volledig aan de criteria voor de sociale-angststoornis wordt voldaan, is de classificatie sociale-angststoornis van toepassing. In de Verenigde Staten heeft slechts een minderheid (12%) van de mensen die zichzelf verlegen noemen symptomen die voldoen aan de criteria voor een sociale-angststoornis.
Agorafobie Bij mensen met agorafobie kan er sprake zijn van vrees voor en het vermijden van sociale situaties (bijvoorbeeld naar de bioscoop gaan), omdat ontsnappen in die situaties moeilijk kan zijn of omdat er geen hulp voorhanden is wanneer ze zich hulpeloos voelen of paniekachtige symptomen hebben, terwijl mensen met een sociale-angststoornis vooral de kritische blik van anderen vrezen. Mensen met een sociale-angststoornis zijn bovendien vaak kalm als ze alleen worden gelaten, wat bij agorafobie vaak niet het geval is.
Paniekstoornis Mensen met een sociale-angststoornis kunnen paniekaanvallen hebben, maar deze ontstaan altijd door sociale situaties; ze komen nooit ‘uit het niets’. Bovendien ervaren mensen met een sociale-angststoornis eerder lijdensdruk door hun vrees om door de paniekaanval negatief te worden beoordeeld dan door de paniekaanvallen zelf.
Gegeneraliseerde-angststoornis Zich zorgen maken over sociale situaties komt algemeen voor bij de gegeneraliseerde-angststoornis, maar die bezorgdheid betreft dan meer de vraag hoe het is gesteld met langdurige relaties dan dat er sprake is van angst voor een negatief oordeel. Mensen met een gegeneraliseerde-angststoornis, vooral kinderen, kunnen zich overmatig zorgen maken over hun eigen sociale presteren, maar deze zorgen hebben zij dan eveneens bij andere dan sociale vormen van presteren, en ook wanneer ze niet door anderen worden beoordeeld. Bij de sociale-angststoornis betreft de bezorgdheid vooral het sociale presteren en het oordeel van anderen.
Separatieangststoornis Mensen met een separatieangststoornis kunnen sociale situaties vermijden (schoolweigering bijvoorbeeld) vanwege hun bezorgdheid over een scheiding van hechtingspersonen of, bij kinderen, over het nodig hebben van de aanwezigheid van een ouder waar dit niet bij de ontwikkelingsfase past. Mensen met een separatieangststoornis zijn meestal wel op hun gemak in sociale situaties waarin hun hechtingspersoon aanwezig is of bij hen thuis, terwijl personen met een sociale-angststoornis zich ook thuis of in aanwezigheid van hechtingspersonen ongemakkelijk kunnen voelen in sociale situaties.
Specifieke fobieën Mensen met specifieke fobieën hebben wel angst om in verlegenheid gebracht of vernederd te worden (bijvoorbeeld schaamte over flauwvallen als ze bloed moeten laten prikken), maar hebben in andere sociale situaties over het algemeen geen last van angst voor een negatieve beoordeling.
Selectief mutisme Mensen met selectief mutisme kunnen het spreken nalaten uit angst voor een negatieve beoordeling, maar hebben geen last van angst voor een negatieve beoordeling in situaties waarin spreken niet nodig is (zoals non-verbaal spel).
Depressieve stoornis Mensen met een depressieve stoornis kunnen zich zorgen maken om negatief te worden beoordeeld door anderen, omdat ze het gevoel hebben dat ze niet deugen of het niet waard zijn om aardig te worden gevonden. Mensen met een sociale-angststoornis maken zich daarentegen zorgen dat anderen negatief over hen zullen oordelen vanwege bepaald sociaal gedrag of bepaalde lichamelijke symptomen.
Morfodysfore stoornis Mensen met een morfodysfore stoornis zijn op een gepreoccupeerde manier bezig met een of meer door henzelf waargenomen gebreken of tekortkomingen in hun fysieke voorkomen die voor anderen niet waarneembaar zijn of onbetekenend lijken; deze preoccupatie veroorzaakt vaak sociale angst en vermijding. Als hun sociale angsten en vermijding alleen worden veroorzaakt door hun overtuigingen over hun uiterlijk, is een aparte classificatie sociale-angststoornis niet geïndiceerd.
Waanstoornis Mensen met een waanstoornis kunnen wanen en/of hallucinaties hebben die niet bizar zijn en waarvan het waanthema te maken heeft met afwijzing door of aanstoot geven bij anderen. Hoewel de mate van het realiteitsbesef omtrent de overtuigingen over sociale situaties kan variëren, beschikken veel mensen met een sociale-angststoornis wel over een goed realiteitsbesef, en beseffen zij dat hun overtuigingen overdreven zijn vergeleken met de werkelijke dreiging die de sociale situatie vormt.
Autismespectrumstoornis Sociale angst en deficiënties in de sociale communicatie zijn belangrijke kenmerken van de autismespectrumstoornis. Mensen met een sociale-angststoornis hebben over het algemeen wel adequate bij hun leeftijd passende relaties en een adequaat vermogen tot sociale communicatie, hoewel het tijdens een eerste contact met nog onbekende leeftijdgenoten of volwassenen kan lijken alsof zij een beperking hebben op die terreinen.
Persoonlijkheidsstoornissen Doordat de sociale-angststoornis vaak al ontstaat tijdens de kinderjaren en aanhoudt tot op volwassen leeftijd en daarna, kan de stoornis in dat opzicht lijken op een persoonlijkheidsstoornis. De duidelijkste overlap is er met de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis. Mensen met een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis vertonen een breder vermijdingspatroon en ervaren meer beperkingen dan mensen met een sociale-angststoornis. Bovendien hebben mensen met een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis een sterk en pervasief negatief zelfbeeld, vatten zij een afwijzing op als een volledig negatieve beoordeling over zichzelf, en hebben zij al vanaf hun vroege kinderjaren het gevoel weinig waarde te hebben en er sociaal niet bij te horen. Dat neemt niet weg dat de sociale-angststoornis vaker comorbide optreedt met de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis dan met de andere persoonlijkheidsstoornissen, en dat de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis vaker comorbide is met de sociale-angststoornis dan met de andere angststoornissen.
Andere psychische stoornissen Sociale angsten en sociaal ongemak kunnen optreden als onderdeel van schizofrenie, maar dan zijn er vaak andere aanwijzingen voor psychosesymptomen. Bij mensen met een eetstoornis is het belangrijk om voordat de classificatie sociale-angststoornis wordt toegekend, vast te stellen of de angst voor een negatief oordeel over symptomen of handelingen die met de eetstoornis gepaard gaan (bijvoorbeeld purgeren en braken), niet de enige bron van de sociale angst is. Ook de obsessieve-compulsieve stoornis kan met sociale angst gepaard gaan, maar de extra classificatie sociale-angststoornis wordt alleen gebruikt als de sociale angst en vermijding ook bestaan buiten de onderwerpen van de obsessies en compulsies om.
Somatische aandoeningen Somatische aandoeningen kunnen symptomen veroorzaken die als gênant worden ervaren (zoals trillen bij de ziekte van Parkinson). Als de angst voor een negatief oordeel als gevolg van de somatische aandoening naar het oordeel van de clinicus overmatig is, dient een classificatie sociale-angststoornis te worden overwogen.
Oppositionele-opstandige stoornis De weigering om te spreken vanwege verzet tegen gezagsfiguren dient te worden onderscheiden van het niet spreken uit angst voor een negatief oordeel.