Paniekstoornis
Beperkt zich meestal niet tot sociale situaties en heeft als kenmerk dat er eerst onverwachte paniekaanvallen ontstaan.
Agorafobie
Heeft als mogelijk kenmerk angst voor en vermijding van sociale situaties (naar de film gaan bijvoorbeeld), maar wat de betrokkene hier vreest is dat ontsnappen moeilijk zou kunnen zijn of er geen hulp beschikbaar is bij eventuele hulpeloosheid of panieksymptomen. Bij de sociale-angststoornis richt de angst zich op een kritische beoordeling door anderen.
Gegeneraliseerde-angststoornis
Heeft als mogelijk kenmerk sociale zorgen, maar de angst richt zich meer op de kwaliteit van lopende relaties dan dat er angst is voor een negatieve beoordeling. Mensen met een gegeneraliseerde-angststoornis, vooral kinderen, kunnen bijvoorbeeld buitensporig bezorgd zijn over de kwaliteit van hun sociale prestaties, maar maken zich ook zorgen over hun prestaties in niet-sociale situaties, waarin sociale beoordeling door anderen niet aan de orde is (bijvoorbeeld een goed cijfer krijgen voor een proefwerk). Bij de sociale-angststoornis richten de zorgen zich uitsluitend op het sociale presteren en de kritische beoordeling door anderen.
Specifieke fobie
Heeft als mogelijk kenmerk angst om voor gek te staan of voor vernedering die te maken heeft met de intense reactie van de betrokkene op fobische stimuli (bijvoorbeeld gêne over flauwvallen tijdens bloedprikken), maar er is geen sprake van een algemene angst voor negatieve beoordeling in sociale situaties.
Separatieangststoornis
Heeft als mogelijk kenmerk vermijding van sociale situaties (met inbegrip van schoolweigering), maar de vermijding komt door zorgen over een scheiding van hechtingspersonen of zorgen over voor gek staan door de behoefte vroegtijdig te vertrekken om terug te keren naar hechtingspersonen. Mensen met een sociale-angststoornis zijn meestal ook niet op hun gemak in sociale situaties waarin hechtingspersonen wel aanwezig zijn.
Selectief mutisme
Heeft als kenmerk niet spreken in sommige situaties door angst voor een negatieve beoordeling, maar anders dan bij de sociale-angststoornis is er geen angst voor negatieve beoordeling in sociale situaties waarin spreken niet vereist is (zoals non-verbaal spel).
Oppositionele-opstandige stoornis
Heeft als mogelijk kenmerk een weigering om te spreken uit opstandigheid jegens gezagsfiguren. Mensen met een sociale-angststoornis kunnen door angst voor een negatieve beoordeling bang zijn om te spreken.
Autismespectrumstoornis
Heeft als kenmerken sociale angst en tekortkomingen in de sociale communicatie, met als gevolg dat bij de leeftijd passende sociale relaties vaak ontbreken. Hoewel mensen met een sociale-angststoornis in hun eerste contact met onbekende leeftijdgenoten of volwassenen kunnen overkomen alsof zij een aangeboren beperking hebben, hebben zij over het algemeen wel adequate, bij hun leeftijd passende sociale relaties en een goed vermogen tot sociale communicatie.
Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis
Wordt gedefinieerd als een persoonlijkheidsstoornis, maar vertoont veel overlap met de sociale-angststoornis. Als wordt voldaan aan de criteria voor zowel de sociale-angststoornis als de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis, kunnen beide classificaties worden toegekend.
Depressieve stoornis
Heeft als kenmerk een geringe eigenwaarde die gepaard kan gaan met zorgen over negatief beoordeeld worden door anderen, maar deze zorgen gaan verder dan alleen sociale situaties. Mensen met de sociale-angststoornis maken zich zorgen over negatief beoordeeld worden vanwege bepaalde sociale gedragingen, lichamelijke symptomen, of hun uiterlijk, en hebben in andere dan sociale situaties meestal geen negatief zelfbeeld.
Morfodysfore stoornis
Heeft als kenmerk de relatief vaste overtuiging dat bepaalde lichaamskenmerken de betrokkene misvormd of lelijk maken, wat kan leiden tot sociale angst en vermijding van sociale situaties. Als de sociale angsten en vermijding zich beperken tot morfodysfore zorgen is een aparte classificatie sociale-angststoornis over het algemeen niet passend.
Waanstoornis
Heeft als mogelijk kenmerk wanen en/of hallucinaties over afgewezen worden door anderen of aanstoot geven. Bij de sociale-angststoornis hebben de zorgen niet de intensiteit van een waan.
Somatische aandoeningen
Hebben mogelijk symptomen die sociaal gênant kunnen zijn (bijvoorbeeld trillen bij de ziekte van Parkinson, rood worden bij rosacea). De extra classificatie sociale-angststoornis wordt alleen toegekend als de angst voor een negatieve beoordeling door anderen vanwege deze symptomen disproportioneel is.
Sociale angst en vermijding bij andere psychische stoornissen, zoals eetstoornissen of schizofrenie
Hebben als kenmerk angst die alleen optreedt tijdens het beloop van de andere psychische stoornis. Als wordt geoordeeld dat de angst beter wordt verklaard door de andere psychische stoornis, wordt een extra classificatie sociale-angststoornis niet toegekend. Sociale angst en sociaal ongemak kunnen bijvoorbeeld optreden als onderdeel van schizofrenie, maar dan zullen er ook tekenen zijn van psychosesymptomen. Verder kan sociale angst optreden bij eetstoornissen, maar als de angst voor een negatieve beoordeling over de symptomen (zoals laxeren en braken) de enige bron is van de sociale angst, is een extra classificatie sociale-angststoornis niet passend.
Normale verlegenheid
Is een algemeen voorkomende persoonlijkheidstrek die voor de meeste verlegen mensen geen klinisch significante negatieve invloed op hun functioneren heeft.