De beginleeftijd van de sociale-angststoornis is voor beide geslachten gelijk. Vrouwen met een sociale-angststoornis rapporteren een groter aantal sociale angsten en comorbide depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen en angststoornissen, terwijl mannen vaker bang zijn om te daten, een oppositionele-opstandige stoornis of een normoverschrijdend-gedragsstoornis hebben, en alcohol en illegale drugs gebruiken om de symptomen van de stoornis te verlichten. Bij mannen komt paruresis (plasfobie) veel voor.