De prevalentie van nachtmerries tijdens de kindertijd is ongeveer 1 tot 5%. Van de ouders rapporteert 1,3 tot 3,9% dat hun kinderen in de voorschoolse leeftijd ‘vaak’ of ‘altijd’ nachtmerries hebben. In de leeftijdscategorie 5–15 jaar neemt de prevalentie toe tot 5,2%. Het frequent hebben van nachtmerries tijdens de kindertijd en adolescentie hangt samen met een familiegeschiedenis van nachtmerries, parasomniasymptomen en de gevolgen daarvan overdag, zoals woedeuitbarstingen/stemmingsstoornissen en slechte prestaties op school; ook wordt bij ongeveer 20% van de kinderen die vaak nachtmerries hebben comorbide insomnia gezien. Bij volwassenen is de prevalentie van nachtmerries die minstens maandelijks optreden 6%. In verschillende landen zijn bij volwassenen prevalenties gevonden van 2 tot 6% voor wekelijkse nachtmerries, terwijl de prevalentie van frequente nachtmerries tussen 1 en 5% schommelt. De schattingen combineren vaak idiopathische en posttraumatische nachtmerries zonder enig onderscheid aan te brengen.