Nachtmerries kunnen worden gekenmerkt door een lichte autonome arousal, met transpireren, tachycardie en tachypneu. Bewegingen van het lichaam en vocalisaties zijn niet kenmerkend, vanwege het aan de remslaap gerelateerde verlies van de spiertonus. Wanneer iemand met een nachtmerriestoornis praat of emoties toont, vormt het vocale of motorische gedrag doorgaans een kort voorval dat het einde van de nachtmerrie inluidt. Los van deze motorische of vocale activiteit kunnen ook droomgeïnduceerde handelingen optreden wanneer er een gebrek is aan normale rem-atonie (remslaapgedragsstoornis).