Gebruik de specificaties ‘met psychische stoornis’, ‘met somatische aandoening’ en ‘met andere slaapstoornis’ om klinisch relevante comorbiditeiten te noteren. Registreer in die gevallen F51.5 nachtmerriestoornis met [naam van de comorbide aandoening(en) of stoornis(sen)] gevolgd door de classificatiecode(s) voor de comorbide stoornis(sen) (bijvoorbeeld F51.5 nachtmerriestoornis met matige stoornis in het gebruik van alcohol en remslaapgedragsstoornis; F10.2 stoornis in het gebruik van alcohol, matig; F51.8 remslaapgedragsstoornis).