Nacht­mer­rie­stoor­nis

Nightmare disorder

F51.5

CLASSIFICATIECRITERIA

AHerhaaldelijk optreden van lange, extreem onaangename dromen die goed door de betrokkene worden herinnerd, doorgaans met pogingen om te ontsnappen aan bedreigingen voor het leven, de veiligheid of de lichamelijke integriteit. De dromen komen meestal in de tweede helft van de grootste slaapperiode voor.

In de DSM-5 is de term ‘herhaaldelijk wakker worden’ vervangen door ‘herhaaldelijk optreden van …’. Door deze verandering is het niet langer vereist dat de nachtmerries altijd tot ontwaken moeten leiden en daarmee is het onderscheid dat sommigen maken tussen nachtmerries (die tot ontwaken leiden) en nare dromen (die dat niet doen) verdwenen. De lijdensdruk die het gevolg is van nachtmerries gaat verder dan de verstoring van de nachtelijke slaap die het gevolg is van ontwaken. Ten eerste meldt tot 36% van de patiënten met chronische nachtmerries en 56% van de patiënten met acute nachtmerries geen last te hebben van het ontwaken uit de slaap, terwijl slechts 11% zegt dat ze altijd wakker worden door hun nachtmerries. Ten tweede meldt 69% van de patiënten met een nacht­mer­rie­stoor­nis dat ze ten minste één nare droom hebben gehad waaruit ze niet wakker zijn geworden, maar waarvan de emotionele intensiteit even hoog of hoger was dan die van hun nachtmerries. Zo’n 22% van de betrokkenen beoordeelt de gemiddelde intensiteit van hun nare dromen als gelijk aan of hoger dan die van hun nachtmerries (Hasler & Germain, 2009). Ten derde leiden zelfs de onaangenaamste dromen niet nood­za­ke­lij­ker­wijs tot het ontwaken van de slaper: uit de ervaringen van clinici blijkt dat veel mensen dromen van een gewelddadige dood zonder wakker te worden. Deze bevindingen samen wijzen op het bestaan van een aanzienlijke groep mensen die zeer intense, verontrustende dromen hebben waarvan ze niet wakker worden. Wanneer een nachtmerrie bij het ontwaken stopt, vertoont de betrokkene een snelle terugkeer naar volledige alertheid. De extreem onaangename gevoelens kunnen dan echter wel aanhouden, en ertoe leiden dat iemand moeite heeft om weer in slaap te komen, en gedurende de dag lijdensdruk ervaart.

In de DSM-5 is de omschrijving ‘lange en buitengewoon angstaanjagende dromen, doorgaans met bedreiging van het leven, de veiligheid of de eigenwaarde als inhoud’ veranderd in ‘lange, extreem onaangename dromen die goed door de betrokkene worden herinnerd, doorgaans met pogingen om te ontsnappen aan bedreigingen voor het leven, de veiligheid of de lichamelijke integriteit’. Angst is mogelijk de meest voorkomende emotie die nachtmerries kenmerkt, maar het is zeker niet de enige emotie. Onderzoeken tonen aan dat er tijdens nachtmerries verschillende extreem onaangename emoties optreden, waaronder woede, verdriet, frustratie, afschuw, verwarring en schuldgevoel. In feite bevatten 30% van de nachtmerries en 51% van de nare dromen andere primaire emoties dan angst (Nielsen & Zadra, 2010).

BBij het ontwaken uit de onaangename dromen is de betrokkene snel georiënteerd en alert.

In de DSM-5 is de term ‘herhaaldelijk wakker worden’ vervangen door ‘herhaaldelijk optreden van …’. Door deze verandering is het niet langer vereist dat de nachtmerries altijd tot ontwaken moeten leiden en daarmee is het onderscheid dat sommigen maken tussen nachtmerries (die tot ontwaken leiden) en nare dromen (die dat niet doen) verdwenen. De lijdensdruk die het gevolg is van nachtmerries gaat verder dan de verstoring van de nachtelijke slaap die het gevolg is van ontwaken. Ten eerste meldt tot 36% van de patiënten met chronische nachtmerries en 56% van de patiënten met acute nachtmerries geen last te hebben van het ontwaken uit de slaap, terwijl slechts 11% zegt dat ze altijd wakker worden door hun nachtmerries. Ten tweede meldt 69% van de patiënten met een nacht­mer­rie­stoor­nis dat ze ten minste één nare droom hebben gehad waaruit ze niet wakker zijn geworden, maar waarvan de emotionele intensiteit even hoog of hoger was dan die van hun nachtmerries. Zo’n 22% van de betrokkenen beoordeelt de gemiddelde intensiteit van hun nare dromen als gelijk aan of hoger dan die van hun nachtmerries (Hasler & Germain, 2009). Ten derde leiden zelfs de onaangenaamste dromen niet nood­za­ke­lij­ker­wijs tot het ontwaken van de slaper: uit de ervaringen van clinici blijkt dat veel mensen dromen van een gewelddadige dood zonder wakker te worden. Deze bevindingen samen wijzen op het bestaan van een aanzienlijke groep mensen die zeer intense, verontrustende dromen hebben waarvan ze niet wakker worden. Wanneer een nachtmerrie bij het ontwaken stopt, vertoont de betrokkene een snelle terugkeer naar volledige alertheid. De extreem onaangename gevoelens kunnen dan echter wel aanhouden, en ertoe leiden dat iemand moeite heeft om weer in slaap te komen, en gedurende de dag lijdensdruk ervaart.

In de DSM-5 is de omschrijving ‘lange en buitengewoon angstaanjagende dromen, doorgaans met bedreiging van het leven, de veiligheid of de eigenwaarde als inhoud’ veranderd in ‘lange, extreem onaangename dromen die goed door de betrokkene worden herinnerd, doorgaans met pogingen om te ontsnappen aan bedreigingen voor het leven, de veiligheid of de lichamelijke integriteit’. Angst is mogelijk de meest voorkomende emotie die nachtmerries kenmerkt, maar het is zeker niet de enige emotie. Onderzoeken tonen aan dat er tijdens nachtmerries verschillende extreem onaangename emoties optreden, waaronder woede, verdriet, frustratie, afschuw, verwarring en schuldgevoel. In feite bevatten 30% van de nachtmerries en 51% van de nare dromen andere primaire emoties dan angst (Nielsen & Zadra, 2010).

CDe slaapstoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

Nachtmerries veroorzaken eerder significante subjectieve lijdensdruk dan aantoonbare sociale of beroepsmatige beperkingen. Als nachtmerries echter leiden tot frequent wakker worden of het vermijden van de slaap, kunnen betrokkenen last krijgen van overmatige slaperigheid overdag, een slechte concentratie, depressiviteit, angst of prikkelbaarheid. Sommige mensen met de nacht­mer­rie­stoor­nis bagatelliseren of onderschatten de impact van de nachtmerries op hun functioneren, mede door het ontbreken van duidelijke indicatoren voor dergelijke beperkingen. Dit kan leiden tot on­der­di­a­gnos­tiek en on­der­be­han­de­ling.

DDe nacht­mer­rie­symp­to­men kunnen niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals een drug of medicatie).

De nacht­mer­rie­symp­to­men moeten niet kunnen worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel. De bewoording ‘kunnen worden toegeschreven’ geeft beter aan dat de precieze causaliteit van nachtmerries niet bekend is. Andere psychische stoornissen (bijvoorbeeld de paniekstoornis) en somatische aandoeningen (bijvoorbeeld nachtelijke insulten) moeten worden uitgesloten als mogelijke oorzaak van de extreem onaangename dromen. Rouw kan ook een oorzaak van de dromen zijn.

ECo-existente psychische stoornissen en somatische aandoeningen kunnen niet adequaat de op de voorgrond staande klacht van onaangename dromen verklaren.

De nacht­mer­rie­symp­to­men moeten niet kunnen worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel. De bewoording ‘kunnen worden toegeschreven’ geeft beter aan dat de precieze causaliteit van nachtmerries niet bekend is. Andere psychische stoornissen (bijvoorbeeld de paniekstoornis) en somatische aandoeningen (bijvoorbeeld nachtelijke insulten) moeten worden uitgesloten als mogelijke oorzaak van de extreem onaangename dromen. Rouw kan ook een oorzaak van de dromen zijn.

Specificeer indien:

Tijdens het inslapen

Specificeer indien:

Met psychische stoornis, inclusief stoornissen in het gebruik van een middel

Met somatische aandoening

Met andere slaapstoornis

Co­de­rings­aan­wij­zing De code F51.5 geldt voor alle drie de specificaties. Codeer en/of noteer ook de relevante samenvallende psychische stoornis, somatische aandoening of andere slaapstoornis om het verband aan te geven.

Specificeer indien:

Acuut De duur van de periode waarin nachtmerries optreden is één maand of korter.
Subacuut De duur van de periode waarin nachtmerries optreden is langer dan één maand, maar korter dan zes maanden.
Persisterend De duur van de periode waarin nachtmerries optreden is zes maanden of langer.

Specificeer actuele ernst:

De ernst kan beoordeeld worden aan de hand van de frequentie waarmee de nachtmerries optreden:
Licht Gemiddeld minder dan één episode per week.
Matig Een of meer episoden per week, maar niet elke nacht.
Ernstig Elke nacht episoden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.