Een stoornis in het gebruik van alcohol gaat vaak samen met soortgelijke problemen als die bij andere middelen (zoals cannabis, cocaïne, heroïne, amfetaminen, hypnotica of anxiolytica). Het kan voorkomen dat alcohol wordt gebruikt ter verlichting van de ongewenste effecten van deze andere middelen, of ter vervanging van deze middelen indien niet beschikbaar. Symptomen van ge­drags­pro­ble­men, depressiviteit, angst en insomnia treden vaak op bij intensief drinken en gaan er soms al aan vooraf.

Bij herhaaldelijke consumptie van grote hoeveelheden alcohol kan vrijwel ieder orgaanstelsel worden aangetast, met name het maagdarmstelsel, hart- en vaatstelsel en het centrale en perifere zenuwstelsel. Gastro-intestinale effecten kunnen zijn gastritis, maag- of duodenumzweren en, bij ongeveer 15% van de mensen die intensief drinken, levercirrose en/of pancreatitis. Tevens neemt het risico toe op kanker van de slokdarm, maag en andere delen van de tractus gastro-intestinalis. Een van de meest voorkomende aandoeningen bij een stoornis in het gebruik van alcohol is matige hypertensie. Cardiomyopathie en andere myopathieën zijn minder veelvoorkomend, maar treden vaker op bij zeer zware drinkers. Door deze factoren, in combinatie met een sterk verhoogd gehalte triglyceriden en LDL-cholesterol, ontstaat een verhoogd risico op hartziekten. Perifere neuropathie is te herkennen aan spierzwakte, paresthesieën en een verminderde perifere sensibiliteit. De langduriger effecten op het centrale zenuwstelsel bestaan uit cognitieve beperkingen, zoals ernstige ge­heu­gen­stoor­nis­sen en degeneratieve veranderingen in het cerebellum. Deze effecten hangen samen met de directe effecten van alcohol, een trauma of een vitaminetekort (met name van de B-vitaminen, waaronder thiamine). Een zeer ernstig effect op het centrale zenuwstelsel is de relatief zeldzame persisterende amnestische stoornis door alcohol, ofwel het wernicke-korsak­ov­syn­droom. Dat is een ernstige beperking van het vermogen om nieuwe herinneringen op te slaan. Deze aandoening wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Neurocognitieve stoornissen’ en valt onder de noemer ‘neurocognitieve stoornis door een middel/medicatie’.

De stoornis in het gebruik van alcohol verhoogt het risico op suïcide tijdens ernstige intoxicaties en gedurende een tijdelijke depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis door alcohol. Onder mensen met een stoornis in het gebruik van alcohol is zowel het percentage van suïcidaal gedrag als dat van geslaagde suïcides verhoogd.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.