Mensen die veel drinken en daardoor een verhoogd risico hebben op een stoornis in het gebruik van alcohol, zijn te onderscheiden middels een standaardvragenlijst en door de bijbehorende verhoogde waarden bij bloedonderzoek. Zulke resultaten leveren geen uitsluitsel over een alcoholgerelateerde stoornis op, maar zijn bruikbaar om de mensen te herkennen over wie meer informatie moet worden verzameld. De meest directe maat voor het crosssectioneel meten van alcoholconsumptie is de bloed-alcoholconcentratie, die tevens is te gebruiken voor een beoordeling van de alcoholtolerantie. Zo kan van iemand met een concentratie van 150 mg ethanol per deciliter bloed die geen verschijnselen van intoxicatie vertoont worden aangenomen dat hij of zij minstens enige mate van tolerantie voor alcohol heeft ontwikkeld. Bij 200 mg/dl vertonen de meeste niet-tolerante mensen ernstige intoxicatiesymptomen.
Voor wat betreft laboratoriumonderzoek is een sensitieve labindicator van intensief gebruik van alcohol een lichte verhoging of hoognormaal gehalte (> 35 units) van gamma-glutamyltransferase (GGT). Soms is dit de enige laboratoriumbevinding. Minstens zeven op de tien mensen met een hoog GGT-gehalte zijn persisterende zware drinkers (acht of meer eenheden per dag, op regelmatige basis). Een ander onderzoek, met vergelijkbare of zelfs betere sensitiviteit en specificiteit, is de bepaling van koolhydraatdeficiënt transferrine (CDT). Een gehalte van 20 units of hoger is een goede indicatie dat iemand geregeld acht of meer eenheden per dag consumeert. Aangezien zowel het gehalte GGT als CDT bij stoppen met drinken binnen enkele dagen tot weken weer normaal wordt, kunnen beide bepalingen bruikbaar zijn om iemands abstinentie te bewaken. Het nut toont zich vooral wanneer de clinicus een toename meet in plaats van een afname: een bevinding die aangeeft dat de betrokkene waarschijnlijk het zware drinkpatroon weer heeft opgepakt. De combinatie van de bepaling van zowel CDT als GGT heeft waarschijnlijk nog een hogere sensitiviteit en specificiteit dan de tests afzonderlijk. Een andere bruikbare test is de bepaling van het mean corpuscular volume (MCV), dat bij zware drinkers vaak verhoogd tot hoognormaal is — een verandering die voortkomt uit het directe toxische effect van alcohol op de erythropoiese. Hoewel het MCV kan worden gebruikt om te helpen bepalen of iemand intensief drinkt, is het geen goede methode om abstinentie te bewaken, vanwege de lange halfwaardetijd van erythrocyten. Een bepaling van de leverfunctie (bijvoorbeeld alanine-aminotransferase (ALAT) en alkalinefosfatase) kan leverschade als gevolg van intensief drinken aan het licht brengen. Andere mogelijke markers van intensief drinken, minder specifiek voor alcohol maar wel bruikbaar voor de clinicus om de mogelijke effecten van alcohol te meten, zijn een verhoging van het lipidengehalte in het bloed (zoals triglyceriden en HDL-cholesterol) en hoognormale waarden voor urinezuur.
De overige diagnostische markers zijn de klachten en verschijnselen die de gevolgen van persisterend intensief drankgebruik vaak teweegbrengen. Zo kunnen dyspepsie, misselijkheid en een opgeblazen gevoel symptomen zijn van gastritis, en kunnen hepatomegalie, slokdarmvarices en hemorroïden duiden op veranderingen in de lever door alcohol. Andere lichamelijke verschijnselen van intensief drankgebruik zijn tremor, onvast lopen, slapeloosheid en erectiele disfunctie. Mannen met een chronische stoornis in het gebruik van alcohol kunnen verschijnselen hebben als verkleinde testikels en feminiserende effecten die samenhangen met een verlaagd testosterongehalte. Bij vrouwen gaat herhaaldelijk intensief drinken vaak samen met onregelmatige menstruatie en, tijdens de zwangerschap, spontane abortus en het foetaal alcoholsyndroom bij hun kind. Mensen met een reeds bestaande voorgeschiedenis met epilepsie of ernstig hoofdletsel, ontwikkelen vaker alcoholgerelateerde insulten. Bij alcoholonttrekking kunnen klachten en verschijnselen ontstaan als misselijkheid, braken, gastritis, hematemesis, droge mond, een pafferig opgeblazen uiterlijk, en licht perifeer oedeem.