De stoornis in het gebruik van alcohol bestaat uit een cluster van lichamelijke en ge­drags­symp­to­men zoals ont­trek­kings­symp­to­men, tolerantie en hunkering. Het ont­trek­kings­syn­droom van alcohol treedt na ongeveer vier tot twaalf uur op vanaf een verlaging van de inname na langdurig intensief gebruik van alcohol. Doordat ont­trek­kings­symp­to­men van alcohol onprettig en intens kunnen zijn, blijven sommige patiënten alcohol gebruiken ondanks de nadelige gevolgen, vaak om de ont­trek­kings­symp­to­men te voorkomen of te verlichten. Sommige van deze symptomen (bijvoorbeeld slaapproblemen) kunnen nog maanden in minder ernstige mate aanhouden en een reden zijn voor terugval. Als zich eenmaal een patroon ontwikkelt van repetitief en intensief gebruik, kan iemand met een stoornis in het gebruik van alcohol veel tijd kwijt zijn aan het verkrijgen en consumeren van drank.

Hunkering naar alcohol is een sterk verlangen naar drank waardoor het moeilijk wordt ergens anders aan te denken en dat er vaak toe leidt dat de betrokkene gaat drinken. De prestaties op school of op het werk kunnen lijden onder ofwel de naeffecten van drank ofwel een intoxicatie op school of op het werk. Verwaarlozing van de zorg voor kinderen en het huishouden kan optreden. Ook kan er verzuim van school of werk zijn. De betrokkene kan ook alcohol gebruiken in situaties waarin dat fysiek gevaar oplevert (bijvoorbeeld intoxicatie tijdens autorijden, zwemmen of het bedienen van apparaten). Ten slotte kunnen mensen met deze stoornis alcohol blijven gebruiken ondanks het besef dat deze continuering leidt tot substantiële lichamelijke (bijvoorbeeld black-outs, leverziekte), psychische (bijvoorbeeld depressiviteit), sociale of in­ter­per­soon­lij­ke problemen (bijvoorbeeld gewelddadige echtelijke ruzies tijdens intoxicaties, kin­der­mis­han­de­ling).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.