De eerste episode van intoxicatie door alcohol treedt meestal in de tienerleeftijd op. Voor de leeftijd van 20 jaar kunnen reeds al­co­hol­ge­re­la­teer­de problemen optreden die niet volledig aan de criteria voor een stoornis in het gebruik van alcohol voldoen. Maar de beginleeftijden waarop een stoornis in het gebruik van alcohol optreedt met twee of meer geclusterde criteria, vertonen een piek aan het eind van de tienerjaren of vooraan in de twintig. De grote meerderheid van de mensen die al­co­hol­ge­re­la­teer­de stoornissen ontwikkelen doen dat als ze eind 30 zijn, maar ongeveer 10% heeft een latere beginleeftijd. De eerste ont­trek­kings­symp­to­men treden vaak niet eerder op dan nadat reeds veel aspecten van een stoornis in het gebruik van alcohol zijn ontstaan. Een jongere beginleeftijd van een stoornis in het gebruik van alcohol is te zien onder adolescenten met een reeds bestaand gedragsprobleem en bij diegenen die op jonge leeftijd voor het eerst een intoxicatie door alcohol hebben doorgemaakt.

De stoornis in het gebruik van alcohol heeft een wisselend beloop, gekenmerkt door perioden van remissie en van terugval. Een besluit om te stoppen met drinken, vaak als reactie op een crisis, wordt meestal gevolgd door een periode van weken of langer van abstinentie, vaak gevolgd door een korte periode van beheerst of niet-problematisch drinken. Wanneer echter de al­co­hol­con­sump­tie weer wordt opgepakt, is het zeer waarschijnlijk dat het gebruik snel zal escaleren en dat de ernstige problemen opnieuw ontstaan.

De stoornis in het gebruik van alcohol wordt vaak ten onrechte beschouwd als een onbehandelbare aandoening, wellicht vanwege het feit dat mensen die zich voor behandeling melden meestal een voor­ge­schie­de­nis hebben van vele jaren ernstige al­co­hol­pro­ble­men. Deze ernstigste gevallen vormen echter een minderheid van het aantal mensen met de stoornis. De gemiddelde persoon met deze stoornis heeft een veel gunstigere prognose.

Bij adolescenten komen de nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis en repetitief antisociaal gedrag vaak voor bij stoornissen die aan alcohol of andere middelen gerelateerd zijn. Volgens een prospectief onderzoek in Californië ontwikkelen de meeste mensen met een stoornis in het gebruik van alcohol deze stoornis voor de leeftijd van 40 jaar, maar ongeveer 10% heeft een later begin van de stoornis. Bij ouderen leiden leef­tijds­ge­re­la­teer­de lichamelijke veranderingen tot een grotere vatbaarheid van de hersenen voor de dempende effecten van alcohol, een verminderd le­ver­me­ta­bo­lis­me van veel stoffen waaronder alcohol, en een verlaagd vochtpercentage van het lichaam. Door die veranderingen kan bij ouderen al bij een lagere consumptie een ernstigere intoxicatie ontstaan, inclusief de bijbehorende problemen. Tevens gaan al­co­hol­ge­re­la­teer­de problemen bij ouderen bij uitstek gepaard met somatische complicaties.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.