De verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis moet worden geclassificeerd als aan de criteria A, B en C wordt voldaan. Als er sprake is van een specifieke genetische of somatische aandoening mag men er niet vanzelfsprekend van uitgaan dat er ook sprake zal zijn van een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis. Een genetisch syndroom dat verband houdt met de verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis moet als een gelijktijdig optredende classificatie worden vermeld.

Neurocognitieve stoornissen De verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis is een ont­wik­ke­lings­stoor­nis en moet worden onderscheiden van de neurocognitieve stoornissen, die immers worden gekenmerkt door een later optredend verlies van cognitief functioneren. Een neurocognitieve stoornis kan gelijktijdig voorkomen met een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis (bijvoorbeeld iemand met het downsyndroom die de ziekte van Alzheimer krijgt, of iemand met een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis die nog meer cognitieve vermogens verliest als gevolg van hoofdletsel). In dergelijke gevallen kan zowel een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis als een neurocognitieve stoornis worden geclassificeerd. Bovendien zijn de classificaties neurocognitieve stoornis en verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis beide te gebruiken wanneer er sprake is van stabilisatie van het cognitieve functioneren na traumatisch of niet-traumatisch hersenletsel met begin in de ont­wik­ke­lings­pe­ri­o­de (kindertijd en adolescentie) en er geen sprake is van voortdurende cognitieve achteruitgang, mits aan de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor de verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis wordt voldaan.

Com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis­sen en specifieke leerstoornis Deze ont­wik­ke­lings­stoor­nis­sen zijn kenmerkend voor de communicatie- en leerdomeinen, en vertonen geen deficiënties in de intellectuele functies en het adaptieve functioneren. Ze kunnen wel naast een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis voorkomen. Beide classificaties worden toegekend wanneer volledig aan de criteria voor een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis en een com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis of specifieke leerstoornis wordt voldaan.

Au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis Een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis komt veel voor bij mensen met een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis. De beoordeling van de verstandelijke vermogens kan bemoeilijkt worden door beperkingen in de sociale communicatie en het sociale gedrag die eigen zijn aan de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis. Die beperkingen kunnen begrip van en medewerking aan de testprocedures belemmeren. Het is essentieel om bij een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis het verstandelijk functioneren te beoordelen, waarbij gedurende de kindertijd telkens een herbeoordeling moet plaatsvinden omdat de IQ-scores bij de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis instabiel kunnen zijn, vooral in de vroege kindertijd.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.