Onderscheid met de verstandelijke beperking
Heeft als kenmerk een beperking in slechts één specifiek gebied van de leerprestaties (bijvoorbeeld lezen, spellen, schriftelijke uit­druk­kings­vaar­dig­heid, uitvoeren van berekeningen, cijfermatig redeneren). Er zijn geen deficiënties in het intellectuele en adaptieve gedrag.
Kennen alleen beperkingen op het gebied van spraak of taal. Er zijn geen deficiënties in het intellectuele of adaptieve gedrag.
Heeft als kenmerk de aanwezigheid van persisterende deficiënties op het gebied van de sociale communicatie en sociale interactie, naast beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten. Bij een verstandelijke beperking kan er sprake zijn van beperkingen in de sociaal-communicatieve vaardigheden, maar deze houden gelijke tred met de deficiënties in de overige intellectuele vaardigheden. Een verstandelijke beperking komt vaak als comorbide stoornis voor bij een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis, en wanneer aan de criteria voor beide wordt voldaan, kunnen beide classificaties worden toegekend.
Heeft als kenmerk een significante cognitieve achteruitgang ten opzichte van het eerdere functioneren in één of meer van de cognitieve domeinen, zoals de executieve functies, het leren, het geheugen en de taal. Als de verstandelijke en adaptieve beperkingen tijdens de ont­wik­ke­lings­pe­ri­o­de ontstaan, kan zowel de classificatie uitgebreide neurocognitieve stoornis als verstandelijke beperking worden toegekend.
Heeft als kenmerk een minder ernstige verstandelijke beperking (doorgaans is het IQ rond de 70) of, als er wel een significante verstandelijke beperking aanwezig is (en het IQ meestal rond de 70 ligt), geen problemen in het adaptieve functioneren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.