CLASSIFICATIECRITERIA
Een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking) begint gedurende de ontwikkelingsperiode, met beperkingen in zowel het verstandelijk als het adaptieve functioneren, in de conceptuele, sociale en praktische domeinen. Er moet worden voldaan aan de volgende drie criteria:
ADeficiënties in de intellectuele functies, zoals redeneren, problemen oplossen, plannen, abstract denken, oordelen, schools leren en leren door ervaringen, hetgeen bevestigd moet worden door zowel een klinische beoordeling als een geïndividualiseerde, gestandaardiseerde intelligentietest.
Beperkingen in de intellectuele functies en in het adaptieve functioneren zijn beide noodzakelijk voor een classificatie. Zo mag een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis niet worden vastgesteld bij iemand met een IQ-score lager dan 70 wanneer er geen significante deficiënties in het adaptieve functioneren aanwezig zijn. De betrokkene moet ook aanzienlijke beperkingen hebben in het adaptieve functioneren (dat wil zeggen: hoe goed iemand omgaat met de gewone taken van het dagelijks leven en voldoet aan de normen van persoonlijke zelfstandigheid en sociale verantwoordelijkheid die verwacht worden bij iemand van eenzelfde leeftijd, sociaal-culturele achtergrond en directe omgeving). Adaptief gedrag is het presteren op educatief, sociaal en praktisch gebied in weerwil van iemands intellectuele capaciteiten, onderwijsniveau, motivatie, persoonlijkheidskenmerken, sociale en beroepskansen, en comorbide somatische aandoeningen of psychische stoornissen. Wanneer het adaptieve functioneren wordt aangetast, beperkt dit de prestaties en de participatie in een of meer aspecten van het dagelijks leven, zoals communicatie, sociale participatie en zelfstandig wonen, thuis of in de directe omgeving.
BDeficiënties in het adaptieve functioneren die ertoe leiden dat de betrokkene niet kan voldoen aan de ontwikkelings- en sociaal-culturele standaarden van persoonlijke zelfstandigheid en sociale verantwoordelijkheid. Zonder blijvende ondersteuning beperken de deficiënties in het aanpassingsvermogen het functioneren in een of meer aspecten van het dagelijks leven, waaronder communicatie, deelname aan het sociale leven, schools of beroepsmatig functioneren, en persoonlijke zelfstandigheid thuis of in de directe sociale omgeving.
Beperkingen in de intellectuele functies en in het adaptieve functioneren zijn beide noodzakelijk voor een classificatie. Zo mag een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis niet worden vastgesteld bij iemand met een IQ-score lager dan 70 wanneer er geen significante deficiënties in het adaptieve functioneren aanwezig zijn. De betrokkene moet ook aanzienlijke beperkingen hebben in het adaptieve functioneren (dat wil zeggen: hoe goed iemand omgaat met de gewone taken van het dagelijks leven en voldoet aan de normen van persoonlijke zelfstandigheid en sociale verantwoordelijkheid die verwacht worden bij iemand van eenzelfde leeftijd, sociaal-culturele achtergrond en directe omgeving). Adaptief gedrag is het presteren op educatief, sociaal en praktisch gebied in weerwil van iemands intellectuele capaciteiten, onderwijsniveau, motivatie, persoonlijkheidskenmerken, sociale en beroepskansen, en comorbide somatische aandoeningen of psychische stoornissen. Wanneer het adaptieve functioneren wordt aangetast, beperkt dit de prestaties en de participatie in een of meer aspecten van het dagelijks leven, zoals communicatie, sociale participatie en zelfstandig wonen, thuis of in de directe omgeving.
CDe deficiënties in de verstandelijke functies en het aanpassingsvermogen beginnen gedurende de ontwikkelingsperiode.
Een begin gedurende de ontwikkelingsperiode verwijst naar het herkennen en classificeren van de stoornis vóór de adolescentie.
NB De ICD-11 hanteert de term ‘verstandelijke-ontwikkelingsstoornissen’ (disorders of intellectual development) voor beperkingen in het functioneren van de hersenen die vroeg in het leven optreden. De vergelijkbare term ‘verstandelijke beperking’ wordt in het vervolg tussen haakjes gezet.
→Specificeer actuele ernst (zie tabel 1):
F70.9
Licht
F71.9
Matig
F72.9
Ernstig
F73.9
Zeer ernstig