Er zijn geen duidelijke genderverschillen in de behandelrespons en gevolgen voor het functioneren. Er zijn wel aanwijzingen voor geslachts- en genderverschillen in de fenomenologie en het ziektebeloop. Vrouwen ervaren doorgaans meer verstoringen van de eetlust en de slaap, waaronder atypische kenmerken zoals hyperfagie en hypersomnie, en hebben meer kans op interpersoonlijke sensitiviteit en gastro-intestinale klachten. In vergelijking met depressieve vrouwen melden depressieve mannen mogelijk eerder dat zij frequenter en intensiever gebruikmaken van maladaptieve copingstrategieën en manieren om problemen op te lossen, zoals misbruik van alcohol of andere middelen, het nemen van risico’s en een gebrekkige impulsbeheersing.