De depressieve stoornis kan zich op elke leeftijd voor het eerst voordoen, maar de kans neemt in de puberteit aanzienlijk toe. In de Verenigde Staten lijkt de incidentie onder twintigers het hoogst te zijn, maar een begin van de aandoening op latere leeftijd is niet ongewoon.
Het beloop van de depressieve stoornis is heel variabel, zodanig dat sommige mensen zelden of nooit een remissie ervaren (een periode van twee maanden of langer geen symptomen, of slechts in lichte mate één of twee symptomen), terwijl anderen, tussen afzonderlijke episoden in, jarenlang weinig of geen symptomen ervaren. Er is mogelijk een relatie tussen het beloop van de depressieve stoornis en sociaalstructurele problemen die samenhangen met armoede, racisme en marginalisatie.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen mensen die in behandeling komen gedurende een exacerbatie van een chronische depressieve stoornis versus mensen bij wie de symptomen zich recentelijk hebben ontwikkeld. Als de depressieve symptomen chronisch zijn, is de kans op de aanwezigheid van onderliggende persoonlijkheidsstoornissen, angststoornissen of stoornissen in het gebruik van een middel aanzienlijk verhoogd, en neemt de kans af dat de symptomen na de behandeling volledig zullen verdwijnen. Het is daarom nuttig om mensen die zich aanmelden met depressieve symptomen te vragen om te inventariseren wanneer zij voor het laatst gedurende minstens twee maanden volledig vrij waren van depressieve symptomen. In gevallen waarin de depressieve symptomen meer dagen wel dan niet aanwezig zijn, kan een bijkomende classificatie persisterende depressieve stoornis gerechtvaardigd zijn.
Voor 40% van de mensen met een depressieve stoornis begint het herstel binnen drie maanden na het ziektebegin, en voor 80% binnen een jaar. Een recent ziektebegin bepaalt sterk de kans op herstel op korte termijn, en van veel mensen die slechts enkele maanden depressief zijn, kan worden verwacht dat zij spontaan herstellen. Afgezien van de duur van de actuele episode zijn de kenmerken die samengaan met een langzamer herstel: psychotische kenmerken, duidelijke angst, persoonlijkheidsstoornissen en een hoge mate van ernst van de symptomen.
De kans op recidive wordt lager naarmate de periode van remissie langer duurt. Het risico is hoger voor mensen bij wie de voorafgaande episode ernstig is verlopen, voor jongere mensen, en voor mensen die al meerdere episoden hebben doorgemaakt. Het aanhouden van zelfs licht depressieve symptomen tijdens remissie is een krachtige voorspeller voor recidive.
Veel bipolaire-stemmingsstoornissen beginnen met een of meer depressieve episoden, en een aanzienlijk deel van de mensen die in eerste instantie een depressieve stoornis lijken te hebben, blijkt na verloop van tijd aan een bipolaire-stemmingsstoornis te lijden. Deze kans is groter voor mensen bij wie de aandoening zich in de adolescentie voor het eerst heeft voorgedaan, wanneer er psychotische kenmerken zijn, en bij mensen met een bipolaire-stemmingsstoornis in de familieanamnese. De aanwezigheid van de specificatie ‘met gemengde kenmerken’ vergroot eveneens het risico op een toekomstige manische of hypomanische episode. Een depressieve stoornis kan, vooral wanneer er psychotische kenmerken zijn, ook overgaan in schizofrenie; deze overgang doet zich veel vaker voor dan het omgekeerde.
Er zijn geen duidelijke effecten van de actuele leeftijd op het beloop of de behandelrespons van de depressieve stoornis. Er is wel enig verschil in de symptomen: hypersomnia en hyperfagie komen vaker voor bij jonge mensen; en melancholische symptomen, vooral psychomotorische stoornissen, worden vaker bij oudere mensen gezien. Depressies die op jongere leeftijd beginnen, zijn meer familiair, en er speelt vaker persoonlijkheidsproblematiek mee. Het beloop van een depressieve stoornis bij dezelfde persoon verandert doorgaans niet bij het ouder worden. De gemiddelde hersteltijd blijft gedurende meerdere episoden stabiel, en de kans om een episode door te maken neemt met het voortschrijden van de tijd over het algemeen toe noch af.