De 12-maandsprevalentie van de depressieve stoornis is in de Verenigde Staten ongeveer 7%, met opvallende verschillen per leeftijdsgroep, zodanig dat de prevalentie onder 18- tot 29-jarigen drie keer zo hoog is als de prevalentie bij mensen van 60 jaar en ouder. De best reproduceerbare bevinding in de epidemiologie van de depressieve stoornis is een hogere prevalentie bij vrouwen, een effect dat piekt in de adolescentie en vervolgens stabiliseert. De prevalentie bij vrouwen is ongeveer twee keer zo hoog als bij mannen, vooral in de jaren tussen de menarche en de menopauze. In vergelijking met mannen rapporteren vrouwen meer atypische symptomen van depressiviteit, met kenmerken als hypersomnia, een toegenomen eetlust en dodelijke vermoeidheid (een zwaar gevoel, alsof de armen en benen van lood zijn).
Uit systematische reviews blijkt dat er tussen verschillende geografische regio’s in de wereld een grote variatie bestaat in de 12-maands- en puntprevalenties van de depressieve stoornis: er zijn regio’s waar beide prevalenties acht tot negen keer hoger zijn dan in andere regio’s. In de Verenigde Staten is de prevalentie tussen 2005 en 2015 toegenomen, waarbij de stijging onder jongeren hoger was dan onder oudere groepen. Nadat de bevindingen waren gestratificeerd op grond van etnische groepen, was na correctie voor demografische kenmerken bij witte mensen (van Europese afkomst) een significante toename van de prevalentie te zien, terwijl er geen significante verandering in de prevalentie werd waargenomen bij Afro-Amerikanen en Latijns-Amerikanen.