De symptomen van een bipolaire-I-stoornis lijken consistent te zijn in verschillende culturele contexten, maar er bestaat enige variatie in de symp­toom­ex­pres­sie en -interpretatie. Zo zijn er verschillen in de prevalentie van gedachtevlucht of soorten wanen (bijvoorbeeld grandioos, achtervolging, seksueel, religieus, of somatisch) tussen mensen met verschillende culturele achtergronden met een bipolaire-I-stoornis met psychotische kenmerken. Culturele factoren kunnen de prevalentie van de stoornis beïnvloeden. Zo is er in landen met be­lo­nings­ge­rich­te culturele waarden, die belang hechten aan het individuele streven naar beloning, een relatief hoge prevalentie van bipolaire stoornissen. In de Verenigde Staten bleek bij mensen met een bipolaire stoornis de beginleeftijd lager te zijn dan in Europa; ook hadden zij vaker een psychiatrische stoornis in de fa­mi­lie­ge­schie­de­nis.

Cultuur beïnvloedt ook de diagnostische benadering van bipolaire stoornissen door clinici. Vergeleken met witte Amerikanen in de Verenigde Staten wordt aan Afro-Amerikanen met een bipolaire-I-stoornis vaker een foutpositieve classificatie schizofrenie toegekend. Mogelijke redenen hiervoor zijn on­der­sig­na­le­ring van stem­mings­symp­to­men, misverstanden door culturele en taalverschillen tussen clinicus en de betrokkene die voor behandeling komt (zoals het interpreteren van cultureel wantrouwen als paranoia), meer floride psychotische symptomen bij de presentatie als gevolg van vertraging in de toe­gan­ke­lijk­heid van zorg, en diagnoses gebaseerd op een relatief summier klinisch oordeel. Deze factoren kunnen leiden tot een discriminatoire foutpositieve classificatie schizofrenie, vooral bij Afro-Amerikanen met stem­mings­stoor­nis­sen die zich presenteren met psychotische kenmerken.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.