Depressieve stoornis Het risico bestaat dat een bipolaire-I-stoornis ten onrechte wordt geclassificeerd als een unipolaire depressieve stoornis vanwege de prominente aanwezigheid van depressiviteit in de presentatie van de bipolaire-I-stoornis: (1) de eerste episode van een bipolaire-I-stoornis is vaak depressief, (2) de depressieve symptomen worden in het lan­ge­ter­mijn­be­loop van een bipolaire-I-stoornis het meest frequent ervaren, en (3) het probleem waarvoor betrokkenen gewoonlijk hulp zoeken is depressiviteit. Wanneer de betrokkene zich in een episode van ernstige depressiviteit presenteert, is het daarom belangrijk om actief te onderzoeken of er een voor­ge­schie­de­nis van manie of hypomanie is. Factoren die erop kunnen duiden dat de classificatie bipolaire-I-stoornis van toepassing is in plaats van een depressieve stoornis bij iemand die zich presenteert met een depressieve episode zijn onder meer: bipolaire stoornis in de familieanamnese, ziektebegin in de leeftijd van begin 20, talrijke episoden in de voor­ge­schie­de­nis, aanwezigheid van psychotische symptomen, en een voor­ge­schie­de­nis met geen respons op behandeling met antidepressiva of het optreden van een manische episode tijdens een antidepressieve behandeling (bijvoorbeeld met medicatie of elek­tro­con­vul­sie­the­ra­pie).

Andere bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen De bipolaire-II-stoornis, cyclothyme stoornis en andere gespecificeerde bipolaire-stem­mings­stoor­nis lijken op de bipolaire-Istoornis vanwege de episoden van lichte manische symptomen, maar onderscheiden zich van een bipolaire-I-stoornis door de afwezigheid van manische episoden.

Ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis, paniekstoornis, post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis of andere angst­stoor­nis­sen Om onderscheid te kunnen maken tussen een ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis en een bipolaire stoornis is een zorgvuldige anamnese noodzakelijk, aangezien angstige ruminaties kunnen worden aangezien voor gejaagd denken (en vice versa), en pogingen om angstige gevoelens te laten afnemen kunnen worden opgevat als impulsief gedrag. Op dezelfde manier moeten post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis en bipolaire stoornissen van elkaar worden onderscheiden. Bij het onderscheiden van deze stoornissen helpt het om te vragen naar een eventuele episodische aard van de symptomen (dit wijst eerder op een bipolaire-I-stoornis) en naar omstandigheden die de symptomen kunnen oproepen.

Bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening De classificatie bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening dient te worden toegekend in plaats van bipolaire-I-stoornis indien de manische episoden op grond van de anamnese, de la­bo­ra­to­ri­um­be­vin­din­gen of het lichamelijk onderzoek worden geacht het rechtstreekse fysiologische gevolg te zijn van een somatische ziekte (bijvoorbeeld het syndroom van Cushing, multiple sclerose).

Bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie Een bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel of medicatie onderscheidt zich van een bipolaire-I-stoornis door het klinisch oordeel dat een middel (bijvoorbeeld een stimulantium of fencyclidine) of medicatie (zoals steroïden) etiologisch samenhangt met de manische episode. Omdat mensen met een manische episode geneigd zijn tijdens een episode overmatig middelen te gebruiken, is het van belang om vast te stellen of het middelengebruik een gevolg is van een primaire manische episode of dat de manieachtige episode veroorzaakt is door het middelengebruik. In sommige gevallen kan het voor een definitieve classificatie nodig zijn vast te stellen dat de manische symptomen blijven bestaan als de betrokkene het middel niet meer gebruikt. Let wel: manische episoden die ontstaan in de context van behandeling met een antidepressivum, maar die volledig syndromaal blijven bestaan na uitwerking van de medicatie, rechtvaardigen de classificatie bipolaire-I-stoornis in plaats van de classificatie bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie.

Schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis De schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis kenmerkt zich door perioden waarin manische en depressieve episoden samenvallen met de actieve-fasesymptomen van schizofrenie en perioden waarin gedurende minstens twee weken wanen of hallucinaties optreden bij afwezigheid van een manische of depressieve episode. De classificatie ‘bipolaire-I-stoornis, met psychotische kenmerken’ is van toepassing als de psychotische symptomen zich uitsluitend tijdens manische en depressieve episoden hebben voorgedaan.

Aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis De aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis (ADHD) kenmerkt zich door aanhoudende symptomen van onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit, die kunnen lijken op de symptomen van een manische episode (zoals afleidbaarheid, verhoogde activiteit, impulsief gedrag) en die aanvangen rond de leeftijd van 12 jaar. De symptomen van manie bij een bipolaire-I-stoornis treden daarentegen op in afzonderlijke episoden, en beginnen gewoonlijk aan het eind van de adolescentie of aan het begin van de volwassenheid.

Disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis Bij mensen met ernstige prikkelbaarheid, vooral bij kinderen en adolescenten, moet de classificatie bipolaire-I-stoornis met zorg worden toegekend, en alleen wanneer iemand een duidelijke manische of hypomanische episode heeft doorgemaakt: er is een duidelijk herkenbare tijdsperiode, met de vereiste lengte, waarin de prikkelbaarheid duidelijk afweek van wat voor de betrokkene gewoon is (uitgangswaarde) en waarin deze vanaf het begin vergezeld ging van de andere kenmerkende symptomen van manie (bijvoorbeeld grandiositeit, verminderde slaapbehoefte, spreekdrang, zich excessief bezighouden met activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen). Wanneer de prikkelbaarheid van een kind aanhoudend en bijzonder ernstig is, ligt de classificatie disruptieve stem­mings­dis­re­gu­la­tie­stoor­nis meer voor de hand. Vooral wanneer een kind op manie wordt beoordeeld, is het essentieel dat de symptomen duidelijk afwijken van het normale gedrag van het kind.

Per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen Per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, zoals de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, kunnen een aanzienlijke symp­to­men­over­lap vertonen met de bipolaire-I-stoornis, aangezien stem­mingsla­bi­li­teit en impulsiviteit bij beide aandoeningen veelvuldig voorkomen. Om, eventueel aanvullend, de classificatie bipolaire-I-stoornis toe te kennen, moeten de stem­mingsla­bi­li­teit en impulsiviteit zich in een afzonderlijk te onderscheiden episode voordoen, of duidelijk zijn toegenomen ten opzichte van het normale gedrag (de uitgangswaarde).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.