Depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis met psychotische of katatone kenmerken Het onderscheid tussen schizofrenie en een depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken of met katatonie hangt af van de temporele relatie tussen de stem­mings­symp­to­men en de psychose, en ook van de ernst van de depressieve of manische symptomen. Als de wanen of hallucinaties alleen optreden tijdens een depressieve of manische episode, moet een depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken worden geclassificeerd.

Schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis Een classificatie schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis vereist het gelijktijdig optreden van een depressieve of manische episode en actieve-fasesymptomen, en bovendien dat de stem­mings­symp­to­men het grootste deel van de totale duur van de actieve fasen aanwezig zijn.

Schi­zo­fre­ni­for­me stoornis en kortdurende psychotische stoornis Zoals gespecificeerd in criterium C hebben deze stoornissen een kortere duur dan schizofrenie, waarvoor zes maanden met symptomen is vereist. Bij de schi­zo­fre­ni­for­me stoornis is de duur korter dan zes maanden, en bij de kortdurende psychotische stoornis zijn er gedurende minstens één dag, maar korter dan één maand, symptomen.

Waanstoornis De waanstoornis kan worden onderscheiden van schizofrenie door de afwezigheid van de andere voor schizofrenie kenmerkende symptomen (zoals opvallende auditieve of visuele hallucinaties, ge­des­or­ga­ni­seerd spreken, ernstig ge­des­or­ga­ni­seerd of katatoon gedrag, negatieve symptomen).

Schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis De schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis kan worden onderscheiden van schizofrenie door subklinische symptomen die gepaard gaan met persisterende per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken.

Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen met gering of ontbrekend realiteitsbesef Als mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis, morfodysfore stoornis of ver­za­mel­stoor­nis er volledig van overtuigd zijn dat de bij de stoornis horende overtuigingen waar zijn (bijvoorbeeld een onvolkomenheid in het uiterlijk bij de morfodysfore stoornis of de angst voor catastrofale gevolgen van het weggooien van voorwerpen), dan is de specificatie ‘met ontbrekend realiteitsbesef/paranoïsche overtuigingen’ van toepassing. Deze stoornissen onderscheiden zich van schizofrenie door het ontbreken van de andere vereiste psychotische kenmerken (hallucinaties, ge­des­or­ga­ni­seerd spreken, ge­des­or­ga­ni­seerd of katatoon gedrag en negatieve symptomen). Een ander belangrijk aspect waarmee de genoemde stoornissen van schizofrenie kunnen worden onderscheiden, is dat deze stoornissen worden gekenmerkt door prominente obsessies of preoccupaties en de compulsieve (herhaalde) gedragingen die als reactie daarop optreden.

Post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis Bij de post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis kunnen flashbacks voorkomen met op hallucinaties lijkende verschijnselen, en een hypervigilantie die paranoïde vormen kan aannemen. Maar om deze classificatie te kunnen toekennen, dient sprake te zijn van een traumatiserende gebeurtenis en karakteristieke kenmerken betreffende het herbeleven van of reageren op de gebeurtenis.

Au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis of com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis­sen Ook bij deze stoornissen kunnen symptomen voorkomen die lijken op een psychotische episode maar zich hiervan onderscheiden door hun res­pec­tie­ve­lij­ke sociale deficiënties, beperkte ge­drags­re­per­toi­re en andere cognitieve en communicatieve deficiënties. Iemand met een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis of een com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis kan alleen een classificatie schizofrenie als comorbide stoornis krijgen indien hij of zij symptomen heeft waarmee volledig wordt voldaan aan de criteria voor schizofrenie, met gedurende minstens één maand prominent aanwezige wanen of hallucinaties.

Psychotische stoornis door een somatische aandoening De classificatie schizofrenie wordt alleen toegekend wanneer de psychotische episode aanhoudt en niet kan worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel of aan een somatische aandoening. Mensen met een delirium of een neurocognitieve stoornis kunnen psy­cho­se­symp­to­men vertonen, maar er moet dan sprake zijn van een temporele relatie met het begin van de bij deze stoornissen horende cognitieve veranderingen.

Psychotische stoornis door een middel/medicatie Mensen met een psychotische stoornis door een middel/medicatie kunnen symptomen vertonen die passen bij criterium A voor schizofrenie, maar meestal kan de door een middel of medicatie veroorzaakte psychotische stoornis hiervan worden onderscheiden door de chronologische relatie tussen het gebruik van het middel en het begin van de psychose, en de remissie hiervan na het stoppen met het gebruik van het middel.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.