De vorm en inhoud van schizofreniesymptomen kunnen per cultuur uiteenlopen, bijvoorbeeld op de volgende manieren: de verhouding tussen visuele en auditieve hallucinaties (auditieve hallucinaties komen over de hele wereld vaker voor dan visuele hallucinaties, maar het relatieve aandeel van de visuele hallucinaties kan in sommige streken veel groter zijn dan in andere); de specifieke inhoud van de wanen (bijvoorbeeld achtervolgings-, grootheids- en somatische wanen) en van de hallucinaties (bijvoorbeeld bevelshallucinaties, posttraumatische hallucinaties en religieuze hallucinaties); en de mate van angst die daarmee gepaard gaat. Culturele en sociaaleconomische factoren moeten worden meegewogen, vooral in die gevallen waarin de patiënt en de clinicus een verschillende culturele en sociaaleconomische achtergrond hebben. Ideeën die in de ene culturele context als een waanidee worden beschouwd (bijvoorbeeld het boze oog, ziekten veroorzaakt door een vervloeking, de invloed van geesten), kunnen in andere culturele contexten algemeen aanvaard zijn.
In sommige culturele contexten zijn visuele of auditieve hallucinaties met een religieuze inhoud (bijvoorbeeld het horen van de stem van God) een normaal onderdeel van de religieuze ervaring. Verder kan het vaststellen van gedesorganiseerd spreken worden bemoeilijkt door taalkundige cultuurverschillen in narratieve stijl. Een goede inschatting van het affect van de betrokkene vereist een gevoeligheid voor stijlverschillen in emotionele expressie, oogcontact en lichaamstaal, die per cultuur variëren. Als het onderzoek plaatsvindt in een andere taal dan de moedertaal van de betrokkene, dient men erop bedacht te zijn dat alogie met een taalbarrière kan samenhangen. In sommige culturen kan psychische nood de vorm aannemen van hallucinaties, pseudohallucinaties en overwaardige denkbeelden, die klinisch sterk kunnen lijken op een echte psychose, maar binnen de subgroep van de patiënt als normaal worden beschouwd. Een foutieve diagnose van schizofrenie bij mensen met stemmingsstoornissen met psychotische kenmerken of met andere psychische stoornissen komt vaker voor bij mensen in achtergestelde etnische en geracialiseerde groepen (in de Verenigde Staten, vooral bij Afro-Amerikanen). Dit is wellicht te wijten aan klinische vooroordelen, racisme of discriminatie, wat leidt tot een beperkte kwaliteit van de informatie en een mogelijk verkeerde interpretatie van de symptomen.