F20.9
CLASSIFICATIECRITERIA
ATwee (of meer) van de volgende kenmerken, waarvan elk in een periode van één maand een significant deel van de tijd aanwezig is (of korter indien succesvol behandeld). Minstens één van deze moet (1), (2) of (3) zijn:
1Wanen.
2Hallucinaties.
3Gedesorganiseerd spreken (bijvoorbeeld frequente ontsporing of incoherentie).
4Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag.
5Negatieve symptomen (zoals verminderde emotionele expressie of initiatiefverlies).
Minstens één van de twee vereiste symptomen moet wanen, hallucinaties of gedesorganiseerd spreken zijn. Dit zijn ‘positieve symptomen’ waarvan de diagnostische betrouwbaarheid hoog is en die redelijkerwijs noodzakelijk worden geacht voor de classificatie schizofrenie. In de DSM-IV werd slechts één karakteristiek symptoom vereist indien dit een bizarre waan of ‘eersterangs’ hallucinatie was.
Omdat bizarre wanen en eersterangshallucinaties weinig diagnostische specificiteit en een lage betrouwbaarheid hebben (Bell et al., 2006), worden deze ‘positieve symptomen’ nu wat betreft hun diagnostische implicaties hetzelfde behandeld als andere symptomen: zoals bij andere kenmerkende symptomen moeten er twee symptomen uit criterium A aanwezig zijn voor de classificatie schizofrenie. Door deze verandering verdwijnt ook de mogelijkheid dat iemand met slechts katatonie en negatieve symptomen een classificatie schizofrenie ontvangt.
BVoor een significant deel van de tijd sinds het begin van de stoornis ligt het niveau van functioneren op een of meer belangrijke levensgebieden, zoals werk, interpersoonlijke relaties of zelfverzorging, duidelijk onder het niveau van voor het begin van de stoornis (of, als het begin tijdens de kinderjaren of adolescentie ligt, het is niet gelukt om het verwachte niveau van functioneren op interpersoonlijk gebied, op school en in de studie, en beroepsmatig te bereiken).
Schizofrenie behelst beperkingen in een of meer belangrijke gebieden van het functioneren. Het functioneren ligt doorgaans duidelijk onder eerdere prestatieniveaus of, indien de stoornis in de kindertijd of adolescentie is begonnen, het verwachte niveau van functioneren wordt niet bereikt.
CSymptomen van de stoornis zijn gedurende minstens zes maanden ononderbroken aanwezig. In deze periode van zes maanden moet er minstens één maand (of korter, indien succesvol behandeld) sprake zijn van symptomen die voldoen aan criterium A (ofwel de actieve-fasesymptomen) en mogelijk ook van prodromale of restsymptomen. Tijdens deze prodromale of restfase kunnen de symptomen van de stoornis bestaan uit alleen negatieve symptomen of uit een afgezwakte vorm van twee of meer van de in criterium A genoemde symptomen (zoals vreemde overtuigingen, ongebruikelijke zintuiglijke ervaringen).
Symptomen van de stoornis moeten gedurende minimaal zes maanden continu aanwezig zijn. Minstens één maand in die periode dienen de symptomen te voldoen aan criterium A (actieve-fasesymptomen). Prodromale symptomen gaan vaak aan de actieve fase vooraf en restsymptomen kunnen erop volgen.
Sommige prodromale en restsymptomen zijn lichte of subklinische (‘randpsychotische’) vormen van hallucinaties of wanen. Mensen kunnen een verscheidenheid aan ongewone of vreemde overtuigingen uiten die niet de proporties van een waan hebben; deze worden vaak aangeduid als ‘magisch denken’ of ‘betrekkingsideeën’. De betrokkene kan ongebruikelijke perceptuele ervaringen melden, zoals het waarnemen van de aanwezigheid van een onzichtbaar persoon. De spraak van de betrokkene kan in het algemeen begrijpelijk maar vaag of wijdlopig zijn, terwijl zijn of haar gedrag ongebruikelijk is maar niet ernstig gedesorganiseerd, zoals bij mompelen in het openbaar. Negatieve symptomen komen vaak voor in de prodromale en de restfasen, en kunnen ernstig zijn.
DEen schizoaffectieve stoornis en een depressieve- of bipolaire-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken zijn uitgesloten, omdat ofwel (1) er zich geen depressieve of manische episoden tegelijk met de actieve-fasesymptomen hebben voorgedaan, ofwel (2), als er wel stemmingsepisoden zijn geweest tegelijk met de actieve-fasesymptomen, deze minder dan de helft van de totale periode van de actieve en restfase van de ziekte aanwezig waren.
Hoewel stemmingssymptomen en stemmingsepisoden vaak, en gezamenlijk met actieve-fasesymptomen, voorkomen, moeten mensen voor de classificatie schizofrenie wanen of hallucinaties hebben in afwezigheid van stemmingsepisoden, of de totale duur van de stemmingsepisoden moet minder dan de helft van de totale duur van de actieve en restfasen van de stoornis behelzen. Anders is de schizoaffectieve stoornis een passender classificatie.
EDe stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals een drug of medicatie) of aan een somatische aandoening.
Alvorens een classificatie schizofrenie toe te kennen, dient de clinicus uiteenlopende somatische aandoeningen uit te sluiten die met psychotische symptomen kunnen samengaan; ook moet hij of zij psychosen door een middel/medicatie en psychosen door een delirium of een somatische aandoening (bijvoorbeeld epilepsie, hersentumoren of ontstekingsziekten van de hersenen) uitsluiten.
FAls er een voorgeschiedenis is van een autismespectrumstoornis of een communicatiestoornis met begin tijdens de kindertijd, wordt de aanvullende classificatie schizofrenie alleen toegekend indien er, afgezien van de overige vereiste symptomen voor schizofrenie, ook gedurende minstens één maand (of korter, indien succesvol behandeld) prominente wanen of hallucinaties zijn.
Als iemand een voorgeschiedenis heeft van de autismespectrumstoornis of een communicatiestoornis die in de kindertijd is ontstaan, wordt de aanvullende classificatie schizofrenie alleen toegekend als er sprake is van prominente wanen of hallucinaties, en de andere vereiste symptomen van schizofrenie ten minste één maand aanwezig zijn geweest (of minder indien de betrokkene succesvol is behandeld).
→Specificeer indien:
De volgende specificaties voor het beloop dienen pas te worden gebruikt nadat de stoornis één jaar heeft geduurd, en alleen als ze niet in tegenspraak zijn met de beloopscriteria.
Eerste episode, momenteel in acute episode Eerste manifestatie van de stoornis die voldoet aan de symptoom- en tijdscriteria. Een acute episode is een periode waarin aan de symptoomcriteria wordt voldaan.
Eerste episode, momenteel gedeeltelijk in remissie Gedeeltelijk in remissie verwijst naar een periode waarin na een eerdere episode een verbetering standhoudt en er nog slechts gedeeltelijk wordt voldaan aan de criteria voor de stoornis.
Eerste episode, momenteel volledig in remissie Volledig in remissie verwijst naar een periode na een eerdere episode waarin er geen stoornisspecifieke symptomen aanwezig zijn.
Multipele episoden, momenteel in acute episode De specificatie multipele episoden kan worden toegekend na een minimum van twee episoden (na een eerste episode, een remissie en minimaal één terugval).
Multipele episoden, momenteel gedeeltelijk in remissie
Multipele episoden, momenteel volledig in remissie
Continu De klachten en verschijnselen die volledig voldoen aan de symptoomcriteria voor de stoornis blijven het grootste deel van het ziektebeloop bestaan, en de perioden met subklinische symptomen zijn vergeleken met het beloop als geheel relatief erg kort.
Ongespecificeerd
Bij schizofrenie worden verschillende specificaties gegeven om het beloop van de stoornis beter te kunnen beschrijven. Als het volledige syndroom aanwezig is, kan de specificatie ‘met katatonie’ worden genoteerd. Katatoon gedrag dat eerder mogelijk heeft geleid tot de classificatie van het katatone subtype van schizofrenie, wordt nu beschreven in criterium A4, dat gaat over de aanwezigheid van ‘ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag’. De volgende aanvullende classificaties moeten in overweging worden genomen als iemands symptomen overwegend katatoon zijn: katatonie bij een andere psychische stoornis, katatone stoornis door een somatische aandoening en ongespecificeerde katatonie.
→Specificeer indien:
Met katatonie (zie voor de definitie de criteria voor katatonie bij een andere psychische stoornis).
Coderingsaanwijzing Gebruik om de aanwezigheid van comorbide katatonie aan te geven de extra code F06.1 katatonie bij schizofrenie.
Bij schizofrenie worden verschillende specificaties gegeven om het beloop van de stoornis beter te kunnen beschrijven. Als het volledige syndroom aanwezig is, kan de specificatie ‘met katatonie’ worden genoteerd. Katatoon gedrag dat eerder mogelijk heeft geleid tot de classificatie van het katatone subtype van schizofrenie, wordt nu beschreven in criterium A4, dat gaat over de aanwezigheid van ‘ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag’. De volgende aanvullende classificaties moeten in overweging worden genomen als iemands symptomen overwegend katatoon zijn: katatonie bij een andere psychische stoornis, katatone stoornis door een somatische aandoening en ongespecificeerde katatonie.
→Specificeer actuele ernst:
De ernst wordt beoordeeld met behulp van een kwantitatieve meting van de primaire psychosesymptomen: wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd spreken, abnormale psychomotoriek en negatieve symptomen. Van elk van deze symptomen kan de maximale ernst gedurende de voorafgaande week worden gescoord op een 5-puntsschaal van 0 (niet aanwezig) tot 4 (aanwezig en ernstig). (Zie ‘Dimensionale beoordeling van de ernst van psychosesymptomen’ in het hoofdstuk ‘Meetinstrumenten.’)
Bij schizofrenie worden verschillende specificaties gegeven om het beloop van de stoornis beter te kunnen beschrijven. Als het volledige syndroom aanwezig is, kan de specificatie ‘met katatonie’ worden genoteerd. Katatoon gedrag dat eerder mogelijk heeft geleid tot de classificatie van het katatone subtype van schizofrenie, wordt nu beschreven in criterium A4, dat gaat over de aanwezigheid van ‘ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag’. De volgende aanvullende classificaties moeten in overweging worden genomen als iemands symptomen overwegend katatoon zijn: katatonie bij een andere psychische stoornis, katatone stoornis door een somatische aandoening en ongespecificeerde katatonie.
NB De classificatie schizofrenie kan worden toegekend zonder deze specificatie van ernst te gebruiken.