Schizofrenie gaat vaak samen met middelgerelateerde stoornissen. Meer dan de helft van de mensen met schizofrenie heeft een stoornis in het gebruik van tabak en rookt geregeld sigaretten. Verder wordt comorbiditeit van schizofrenie met angststoornissen steeds vaker onderkend. Vergeleken met de bevolking als geheel is ook de prevalentie van de obsessieve-compulsieve stoornis en de paniekstoornis verhoogd bij schizofrenie. En schizofrenie wordt soms voorafgegaan door een schizotypische- of paranoïde-persoonlijkheidsstoornis.
Mensen met schizofrenie hebben een lagere levensverwachting, die samenhangt met hun bijkomende somatische aandoeningen. Gewichtstoename, diabetes, metaboolsyndroom, cardiovasculaire en longaandoeningen komen vaker voor bij mensen met schizofrenie dan in de bevolking als geheel. Ook het feit dat deze groep vaak slecht zorg draagt voor de eigen gezondheid (bijvoorbeeld door niet deel te nemen aan bevolkingsonderzoek op kanker of te sporten) verhoogt het risico op chronische ziekten. Verder kunnen andere stoornisspecifieke factoren, zoals medicatie, levensstijl, roken en dieet een rol spelen. Een gemeenschappelijke kwetsbaarheid voor zowel psychose als somatische aandoeningen verklaart mogelijk een deel van de somatische comorbiditeit bij schizofrenie.