Andere somatische aandoeningen die de ventilatie kunnen verstoren Bij volwassenen komt de idiopathische variant van slaapgerelateerde hypoventilatie zelden voor. Deze variant wordt vastgesteld wanneer de aanwezigheid van longziekten, misvormingen van het skelet, en andere somatische en neurologische stoornissen of medicatie die de ventilatie beïnvloeden, kunnen worden uitgesloten. Slaapgerelateerde hypoventilatie moet worden onderscheiden van andere oorzaken voor slaapgerelateerde hypoxemie, zoals hypoxemie door longziekte.
Andere ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen Slaapgerelateerde hypoventilatie kan van het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom en het centraleslaapapneusyndroom worden onderscheiden dankzij klinische kenmerken en bevindingen bij polysomnografie. Slaapgerelateerde hypoventilatie kent meestal langer aanhoudende perioden van zuurstofdesaturatie in plaats van de periodieke episoden die bij het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom en bij het centrale-slaapapneusyndroom worden waargenomen. Bij het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom en het centrale-slaapapneusyndroom is soms ook een patroon van onopvallende episoden van herhaalde vermindering van de luchtstroom te zien, dat bij de slaapgerelateerde hypoventilatie niet aanwezig hoeft te zijn. Zowel obstructieve als centrale apneus en hypopneus kunnen echter optreden in combinatie met slaapgerelateerde hypoventilatie. De meeste mensen met obesitas-hypoventilatie hebben comorbide obstructieve slaapapneu.