In de International Classification of Sleep Disorders, derde editie (ICSD-3), staan zes subtypen van slaap­ge­re­la­teer­de hypoventilatie. Congenitale centrale alveolaire hypoventilatie en idiopathische hypoventilatie (in de ICSD-3 idiopathische centrale alveolaire hypoventilatie genoemd) zijn identieke classificaties in de DSM-5 en de ICSD-3. De ICSD-3-subtypen obesitas-hy­po­ven­ti­la­tie­syn­droom, slaap­ge­re­la­teer­de hypoventilatie door een medicatie of middel en slaap­ge­re­la­teer­de hypoventilatie door een somatische aandoening zijn in de DSM-5 echter ondergebracht bij de classificatie comorbide slaap­ge­re­la­teer­de hypoventilatie. Het subtype centrale hypoventilatie met een laat begin en met hypothalamische disfunctie is niet in de DSM-5 opgenomen.

De clas­si­fi­ca­tie­me­tho­de van de DSM-5 is een afspiegeling van de vaak gelijktijdig voorkomende stoornissen die hypoventilatie en hypoxie veroorzaken. De methode die wordt gebruikt in de ICSD-3 laat daarentegen zien dat er duidelijk te onderscheiden slaap­ge­re­la­teer­de pathogenetische processen zijn die leiden tot hypoventilatie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.