De in dit hoofdstuk behandelde risico- en prognostische factoren verhogen de kwetsbaarheid voor insomnia, maar de grootste kans op slaapstoornissen hebben mensen met een predispositie voor slaapstoornissen die aan luxerende gebeurtenissen worden blootgesteld, zoals belangrijke levensgebeurtenissen (bijvoorbeeld ziekte, scheiding) of minder ernstige maar meer chronisch optredende dagelijkse stress. De meeste mensen hervatten hun normale slaappatroon nadat de initiële uitlokkende gebeurtenis is verdwenen, maar andere mensen — mogelijk degenen die vatbaarder zijn voor insomnia — blijven last houden van aanhoudende slaapproblemen. Onderhoudende factoren zoals slechte slaapgewoonten, onregelmatige bedtijden en de angst voor het niet kunnen slapen voeden de insomniaklacht en kunnen bijdragen aan een vicieuze cirkel die aanhoudende insomnia kan veroorzaken.
Temperament Angst of een tot piekeren geneigde persoonlijkheid of cognitieve stijl, verhoogde predispositie voor arousal, een hogere stressreactiviteit en een neiging om emoties te onderdrukken kunnen factoren zijn die de vatbaarheid voor insomnia verhogen.
Omgeving Geluidsoverlast, licht of een oncomfortabel hoge of lage temperatuur kunnen de vatbaarheid voor insomnia vergroten. Ook leven op grote hoogte kan de vatbaarheid voor insomnia vergroten; dit is toe te schrijven aan periodieke ademhalingsmoeilijkheden tijdens de slaap.
Genetica en fysiologie Van het vrouwelijke geslacht zijn en ouder worden hangen samen met een verhoogde vatbaarheid voor insomnia. Ontregelde slaap en insomnia hebben een familiaire dispositie. Van de mensen met een insomniastoornis meldt 35–70% dat zij een of meer eerstegraadsfamilieleden (meestal de moeder) hebben met een voorgeschiedenis van insomnia. Bij een insomniastoornis zonder comorbiditeiten is de mate van erfelijkheid mogelijk het hoogst. De prevalentie van insomnia is hoger bij eeneiige tweelingen dan bij twee-eiige tweelingen. En de prevalentie is hoger bij eerstegraadsfamilieleden dan bij de algemene bevolking. In hoeverre dit familiaire verband geërfd wordt door een genetische predispositie, aangeleerd wordt van ouderlijke voorbeelden, of veroorzaakt wordt als een neveneffect van een andere psychische stoornis, is niet goed vast te stellen. Het effect van stress op de slaap lijkt hier echter wel een rol te spelen.
Factoren die het beloop beïnvloeden Schadelijke factoren die het beloop beïnvloeden zijn aspecten van slaaphygiëne (bijvoorbeeld overmatig cafeïnegebruik, onregelmatige bedtijden).