Normale variaties in het slapen Er is een grote variatie in de normale slaapduur van mensen. Sommige mensen die weinig slaap nodig hebben (de ‘korte slapers’) kunnen zich zorgen maken over hun slaapduur. Het verschil tussen korte slapers en mensen met een in­som­ni­a­stoor­nis is dat zij geen moeite hebben met inslapen of doorslapen en geen typerende symptomen overdag hebben (bijvoorbeeld vermoeidheid, con­cen­tra­tie­stoor­nis­sen, prikkelbaarheid). Sommige korte slapers kunnen echter behoefte hebben aan een langere slaapperiode of proberen langer te slapen, en kunnen door de tijd in bed te verlengen een op insomnia lijkend slaappatroon ontwikkelen. Klinische insomnia moet ook niet worden verward met de normale, aan de leeftijd gebonden veranderingen van de slaap. Ook moet er een onderscheid worden gemaakt tussen insomnia en slaapdeprivatie die toe te schrijven is aan onvoldoende gelegenheid of voorwaarden voor slaap, als gevolg van bijvoorbeeld een noodsituatie, of door beroepsmatige of fa­mi­lie­ver­plich­tin­gen waardoor de betrokkene gedwongen wordt wakker te blijven.

Situationele/acute insomnia Situationele/acute insomnia is een stoornis die gewoonlijk een paar dagen tot een paar weken duurt en vaak samenhangt met acute stress als gevolg van ingrijpende gebeurtenissen of veranderingen in bedtijden. Deze acute of kortdurende in­som­nia­k­lach­ten kunnen ook significante stressklachten geven en het sociale, persoonlijke en beroepsmatige functioneren verstoren. Wanneer dit type symptomen frequent genoeg voorkomt en er aan alle criteria, met uitzondering van het criterium van de duur van drie maanden, wordt voldaan, wordt de classificatie ‘andere gespecificeerde in­som­ni­a­stoor­nis’ of ‘on­ge­spe­ci­fi­ceer­de in­som­ni­a­stoor­nis’ gekozen. Hoewel de stoornis vaak verdwijnt wanneer de stress vermindert of wanneer de betrokkenen zich aanpassen aan de veranderingen in het slaapschema, zullen sommige mensen maladaptieve denk- en gedragspatronen ontwikkelen die leiden tot het ontwikkelen van een chronische in­som­ni­a­stoor­nis.

Circadianeritme-slaap-waakstoornissen, type verlate slaapfase of ploegendienst Mensen met een slaap-waakstoornis die wordt veroorzaakt door een verlate slaapfase, maken uitsluitend melding van insomnia in de inslaapfase bij het proberen in te slapen op sociaal geaccepteerde tijden, maar zij hebben geen moeite met het inslapen of doorslapen wanneer hun bedtijden en ontwaaktijden zijn uitgesteld en overeenkomen met hun endogene dag-en-nachtritme. Dit patroon wordt vooral waargenomen bij adolescenten en jongvolwassenen. Het type dat wordt veroorzaakt door ploegendiensten verschilt van de in­som­ni­a­stoor­nis door de voor­ge­schie­de­nis van recente ploegendiensten.

Rus­te­lo­ze­be­nen­syn­droom Het rus­te­lo­ze­be­nen­syn­droom geeft vaak problemen bij het inslapen en doorslapen. Maar een impuls om de benen te bewegen en eventuele daarmee gepaard gaande onprettige sensaties in de benen zijn kenmerken die deze stoornis van de in­som­ni­a­stoor­nis onderscheiden.

Adem­ha­lings­ge­re­la­teer­de slaap­stoor­nis­sen De meeste mensen met een adem­ha­lings­ge­re­la­teer­de slaapstoornis hebben een voor­ge­schie­de­nis van luid snurken, adempauzes tijdens de slaap en een overmatige slaperigheid overdag. Bij ruim 50% van de mensen met een slaap­ap­neu­syn­droom kunnen echter ook in­som­nia­k­lach­ten voorkomen, een kenmerk dat vaker optreedt bij vrouwen en oudere volwassenen.

Narcolepsie Narcolepsie kan in­som­nia­k­lach­ten veroorzaken, maar onderscheidt zich van de in­som­ni­a­stoor­nis door de op de voorgrond staande symptomen van overmatige slaperigheid overdag, kataplexie, slaapparalyse en slaap­ge­re­la­teer­de hallucinaties.

Parasomnia’s Parasomnia’s worden ge­ka­rak­te­ri­seerd door een klacht van ongewoon gedrag of ongewone gebeurtenissen tijdens de slaap waardoor de betrokkene herhaaldelijk wakker wordt tijdens de slaap en slecht de slaap kan hervatten. Het is echter dit gedrag, meer dan de insomnia zelf, dat in het klinische beeld op de voorgrond staat.

Slaapstoornis door een middel/medicatie, insomniatype De slaapstoornis door een middel/medicatie, insomniatype, onderscheidt zich van de in­som­ni­a­stoor­nis door het feit dat een middel (een drug, medicatie, of blootstelling aan een giftige stof) wordt beoordeeld als etiologisch gerelateerd aan de insomnia (zie de paragraaf ‘Slaapstoornis door een middel/medicatie’ verderop in dit hoofdstuk). Bijvoorbeeld: insomnia die alleen in de context van het drinken van grote hoeveelheden koffie voorkomt, kan worden geclassificeerd als slaapstoornis door cafeïne, insomniatype, met ontstaan tijdens intoxicatie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.