Gebruik de specificaties ‘met psychische stoornis’, ‘met somatische aandoening’ en ‘met andere slaapstoornis’ om klinisch relevante comorbiditeiten te noteren. Registreer in dergelijke gevallen de code F51.0 insomniastoornis, met [naam van de comorbide aandoening(en) of stoornis(sen)], gevolgd door de classificatiecode(s) voor de comorbide stoornis(sen) (bijvoorbeeld F51.0 insomniastoornis, met matige stoornis in het gebruik van cocaïne en trigeminusneuralgie; F14.2 matige stoornis in het gebruik van cocaïne).